Theoretisch kader

Theoretisch kader

Er is veel wetenschappelijke literatuur over werkdruk. Ook zijn er verschillende modellen ontwikkeld die inzicht geven in de factoren die een rol spelen bij het ontstaan van werkdruk en werkstress. Op deze pagina vind je een overzicht van deze modellen en meer uitleg over de begrippen werkdruk en werkstress.

Modellen voor werkdruk in het primair onderwijs

In het primair onderwijs worden twee modellen veel gebruikt:

  • het werkdrukmodel van TNO;
  • het Werkstressoren-EnergieBronnen (WEB)-model.

Beide modellen beschrijven we op deze pagina. Hiermee willen we inzicht geven in het ontstaan van werkdruk en werkstress. Dit inzicht biedt kansen om met elkaar als schoolteam te verkennen welke oplossingen er mogelijk zijn en om samen iets aan het probleem te doen.

Wat is het verschil tussen werkdruk en werkstress?

Werkdruk en werkstress worden vaak door elkaar gebruikt. Hoewel er een duidelijke relatie is tussen de begrippen, betekenen ze niet hetzelfde. Maar wat is eigenlijk het verschil?

  • Onder werkdruk verstaan we het ervaren van een disbalans tussen de eisen die je werkt stelt en de mogelijkheden om aan die eisen tegemoet te komen. Zo kan werkdruk er bijvoorbeeld toe leiden dat je je werk niet op tijd afkrijgt, of dat je niet de gevraagde kwaliteit kunt leveren.
  • Werkstress verwijst naar de (gezondheids)toestand van een persoon. Onder andere een aanhoudende werkdruk kan leiden tot werkstress.

Wat is werkdruk?

Zoals hierboven beschreven verstaan we onder werkdruk het ervaren van een disbalans: tussen de eisen die je werk stelt aan de ene kant, en de mogelijkheden om aan die eisen te voldoen aan de ándere kant.

Werkdruk verwijst dus naar (kenmerken van of factoren in) het werk dat gedaan moet worden. Je kunt daarbij onderscheid maken tussen twee soorten taakeisen. Zo zijn er kwalitatieve taakeisen (zoals complexiteit en emotionele belasting) en kwantitatieve taakeisen (zoals de hoeveelheid werk en het werktempo). Beide soorten eisen doen een beroep op de kennis, competenties, vaardigheden en het uithoudingsvermogen van de werknemer. 

In het TNO-model hieronder zijn enkele van deze factoren voor docenten (onder ‘Taakeisen’) schematisch weergegeven.

TNO model werkdruk
Figuur 1: TNO model werkdruk

Wat is werkstress?

Werkstress gaat over de (gezondheids)toestand van een persoon. Werkstress kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door een aanhoudende werkdruk. Werkstress leidt eerst vaak tot stressreacties als hoofdpijn, vermoeidheid en concentratieproblemen. Op de lange termijn kan werkstress leiden tot bijvoorbeeld meer langdurige gezondheidsklachten, een verstoorde werk-privébalans, minder arbeidstevredenheid of –motivatie, en ziekteverzuim.

Voorkomen van werkstress

Er zijn ook factoren die kunnen voorkomen dat werkdruk leidt tot stressklachten, of die het effect ervan zodanig verminderen dat er geen ernstige klachten ontstaan. Voorbeelden van deze zogenoemde ‘buffers’ zijn sociale steun van leidinggevende en collega’s, aanwezigheid van leer- en ontwikkelingsmogelijkheden, herstelmogelijkheden, en waardering (materieel en immaterieel).

Werkdruk in balans

Iedereen heeft in zijn werk te maken met werkdruk, maar niet iedereen ervaart die werkdruk op ieder moment als een probleem. Werk geeft ook betekenis aan het leven, genereert inkomsten en levert voldoening. Bij werkdruk gaat het om een balans tussen de zaken in je werk die spanning veroorzaken (energievreters) en de factoren die hier tegenwicht aan kunnen bieden (energiegevers).  De spanningsfactoren hebben te maken met de inhoud van je werk en de context van je werk. Hoe gevarieerd is je werk (werkinhoud)? Hoe ervaar je de organisatiecultuur en de stijl van leidinggeven (werkcontext)?

De combinatie van werkstressoren (energienemers) en energiebronnen (energiegevers) bepaalt in hoeverre leraren plezier of stress ervaren in hun werk. Daarnaast spelen hierin ook de zogenoemde regelmogelijkheden een rol. Dit zijn factoren die je de mogelijkheid bieden om je werkinhoud en je werkcontext te regelen. Deze regelmogelijkheden hebben bijvoorbeeld te maken met je autonomie en de mate waarin je invloed hebt op besluiten die worden genomen.

In het WEB-model gelden deze regelmogelijkheden als energiebronnen. De energiebronnen hebben een versterkende invloed op de bevlogenheid in je werk.

WEB-model
Figuur 2: Werkstressoren- en EnergieBronnen (WEB) model

Energiegevers en energienemers

De balans in je werkdruk tussen de taakeisen en de regelmogelijkheden wordt bepaald door je individuele factoren (persoonlijke hulpbronnen). Dat maakt dat werkdruk door iedere medewerker anders wordt ervaren en dat de verdeling tussen energiegevers en –nemers bepaalt of je werkstress ervaart.

Door de energiegevers te vergroten, is een mogelijkheid om de balans herstellen. Uit de pilot ‘Samenwerken aan werkdruk’ van het Arbeidsmarktplatform PO blijkt dat de verdeling van energiegevers en energienemers over alle pilotscholen ongeveer gelijk was.

TNO analyse
Figuur 3: TNO analyse energiegevers en energienemers bij pilotscholen ‘samenwerken aan werkdruk’.

Analyse werkdruk

Elke school heeft een eigen dynamiek en kenmerken. Het belangrijk de veroorzakers van werkdruk in kaart te brengen en te analyseren. Op de pagina ‘Analyseren’ kun je kiezen welke methode het beste bij jouw school past. Met de uitkomsten kun je het gesprek aangaan in stap 2, ‘Bespreken’.