Behoud van leraren: begeleiding en uitval startende leraren

Het kost tijd om ervaring op te doen met lesgeven. Optimale begeleiding en ondersteuning kunnen ervoor zorgen dat startende leraren blijven werken in het onderwijs. Lees hieronder actuele informatie over de begeleiding, de tevredenheid over de begeleiding, de werktevredenheid, de verloopgeneigdheid en de uitval van startende leraren.

Maak uw keuze

Begeleiding van startende leraren

Het aandeel startende leraren dat in het primair onderwijs wordt begeleid is de afgelopen afstudeercohorten gestegen (Figuur 1). Van de afgestudeerden uit 2015 kreeg ruim 78 procent begeleiding, onder afgestudeerden uit 2019 is dit toegenomen tot 89 procent. Er is een significant verschil in de mate van begeleiding tussen opleidingsscholen en niet-opleidingsscholen. Van de startende leraren, die op een opleidingsschool werken, kreeg 89 procent begeleiding, bij niet-opleidingsscholen is dit aandeel 81 procent. Ook uit een verkenning van het Arbeidsmarktplatform PO (2021) blijkt dat het overgrote deel, namelijk 80 procent, van de leraren begeleiding ontvangt of heeft ontvangen bij zijn of haar start in het onderwijs.

Startende leraren worden vaak begeleid door een mentor of coach (43%) en/of een ervaren leraar (38%). De afgelopen jaren neemt een groter aandeel starters deel aan een introductiebijeenkomst en/of begeleidingsprogramma. Ook volgen starters vaker een begeleidingsprogramma voor beginnende leraren. De begeleiding is er vaak op gericht om startende leraren op de hoogte te brengen van het organisatorisch reilen en zeilen van de school (44%), het omgaan met leerlingen (43%) en didactische vaardigheden (40%).

Bron: Kools, M. & Van Nuland, E. (2021). Startende leraren in coronatijd. Verkenning van begeleiding van startende leraren in het primair onderwijs en de gevolgen van de coronacrisis. Den Haag: Arbeidsmarktplatform PO.

Tevredenheid begeleiding

Startende leraren zijn over het algemeen tevreden over de begeleiding die zij krijgen. Van alle starters uit het afstudeercohort van 2020 geeft 73 procent aan tevreden of zeer tevreden te zijn. Startende leraren die geen begeleiding hebben gehad zijn logischerwijs minder tevreden over de begeleiding dan de leraren die dit niet hebben gehad. Van de onbegeleide leraren geeft slechts een kwart aan tevreden te zijn. Het is de vraag of dit komt doordat deze leraren graag begeleiding hadden gewild, of dat andere redenen een rol spelen.

In het onderzoek van het Arbeidsmarktplatform PO geven startende leraren gemiddeld een 7,6 voor de begeleiding die zij hebben ontvangen. Wel waren zijn zij minder tevreden met de begeleiding tijdens de coronacrisis (gemiddelde cijfer 6,9). Leraren, maar ook HR-medewerkers en schoolleiders, geven aan dat lesgeven tijdens de coronacrisis geen onderwerp van de begeleiding is geweest. Het merendeel van de leraren geeft aan dat daar ook geen behoefte aan was.

Bronnen:

  • CentERdata & MOOZ (2020). Loopbaanmonitor onderwijs. Tilburg: CenERdata en MOOZ.
  • Kools, M. & Van Nuland, E. (2021). Startende leraren in coronatijd. Verkenning van begeleiding van startende leraren in het primair onderwijs en de gevolgen van de coronacrisis. Arbeidsmarktplatform PO.

Werktevredenheid startende leraren

Startende leraren zijn over het algemeen tevreden met hun baan in het onderwijs. De inhoud van hun werk beoordelen afgestudeerden uit het cohort 2020, gemiddeld, met een rapportcijfer 8,0. De organisatie en het werken in het onderwijs worden respectievelijk beoordeeld met een 7,8 en 8,0. Net als voorgaande jaren, zijn starters die begeleiding krijgen meer tevreden met hun baan en organisatie dan starters die geen begeleiding krijgen. Startende leraren die geen begeleiding krijgen, zijn vooral minder te spreken over de organisatie. Leraren zonder begeleiding beoordelen dit gemiddeld met een 6,8, terwijl leraren met begeleiding dit aspect met een 7,8 beoordelen.

Uit een analyse van CentERdata en MOOZ (2020) blijkt dat ‘goede’ begeleiding de volgende elementen bevat:

  • Voldoende informatie over hoe het de starter vergaat als leraar;
  • Extra voorbereidingstijd voor de lessen;
  • Begeleiding door een ervaren leraar of mentor/coach;
  • Lesobservatie en feedback;
  • Aandacht voor diverse inhoudelijke onderwerpen, zoals het afstemmen van de instructie op verschillen tussen leerlingen, didactische vaardigheden, het bieden van maatwerk aan zorgleerlingen, het effectief inzetten van digitale leermiddelen en het voorbereiden van lessen.

Verloopgeneigdheid startende leraren

Het aandeel startende leraren dat op zoek is naar een andere baan is de laatste jaren gedaald, van zo’n 52 procent uit het cohort 2015 naar circa 19 procent uit het cohort van 2019 (Figuur 2). Slechts een klein deel is op zoek naar een baan buiten het onderwijs. De sterke daling van de verloopintentie kan grotendeels worden verklaard door de toename van het aandeel starters met een langdurig contract. Het aandeel afgestudeerden met een vast contract is in vijf jaar tijd gestegen van 4 naar ruim 31 procent. Daarnaast hebben zij vaker uitzicht op een vast contract, dit aandeel is gestegen van 29 naar zo’n 60 procent. Het type dienstverband heeft een grote invloed op het wel of niet zoeken naar een andere baan. Ook zorgt de toegenomen begeleiding van startende leraren en de algehele werktevredenheid voor een lagere vertrekintentie.

Van de 55 startende leraren die hebben aangegeven (ook) een baan buiten het onderwijs te zoeken, geeft het grootste aandeel aan dit te doen omdat de werkdruk in het onderwijs te hoog is (Figuur 3). Ook geeft men aan dat het salaris een reden is om een baan buiten de sector te zoeken.

Uitval startende leraren

 

Het aandeel startende leraren dat na een jaar de sector verlaat is de afgelopen jaren gedaald (Figuur 4). In 2013 verliet 22 procent van de startende leraren de sector na een jaar. In 2018 is dit aandeel gedaald tot 9 procent.