Behoud van leraren: ontwikkeling aanstellingsomvang en motieven voor voltijd/deeltijd werk

Het lerarentekort zou kunnen worden verminderd door leraren, die op dit moment deeltijd werken, te stimuleren om meer uren per week te werken. Lees hieronder actuele informatie over de ontwikkeling in de gemiddelde aanstellingsomvang van leraren, motieven van leraren om deel- of voltijd te werken en de wens om in de toekomst meer uren te werken.

Maak uw keuze

Ontwikkeling gemiddelde aanstellingsomvang

De gemiddelde aanstellingsomvang van leraren is de afgelopen jaren nagenoeg gelijk gebleven (Figuur 1). Het onderwijspersoneel in het basisonderwijs heeft gemiddeld een baan met een omvang van 0,71 fte. In het (voortgezet) speciaal onderwijs komt de gemiddelde aanstellingsomvang uit op 0,76 fte.

Meer dan de helft van de leraren in het primair onderwijs (55%) heeft een deeltijdbaan (minder dan 0.8 fte) (Figuur 2). Rond de 40 procent van de leraren heeft een grote deeltijdbaan met een omvang tussen de 0.5 en 0.8 fte. De afgelopen jaren is het aandeel leraren met een voltijdsbaan iets toegenomen. Van 16,3 procent in 2016 tot 14,4 procent in 2020, een stijging van 1,2 procentpunt. Het aandeel leraren met een kleine deeltijdbaan is de afgelopen afgenomen, van zo’n 16 procent in 2016 tot ruim 14 procent in 2020.

Als in meer detail wordt gekeken naar de personen die in deeltijd werken, dan blijkt dat vooral vrouwen in deeltijd werken. Uit cijfers van het Ministerie van BZK (2019) komt naar voren dat rond de 8 op de 10 vrouwen in de sector deeltijd werkt. Vooral vrouwen in de leeftijd 35 tot 55 jaar werken deeltijd. Bij de mannen heeft twee vijfde een deeltijdbaan.

Bron: Kennisbank Openbaar Bestuur (2019). Personen naar Verslagjaar (2019), Sector (Primair Onderwijs), Geslacht, Voltijd-Deeltijd. Ministerie van BZK.

Motieven om deeltijd of voltijd te werken

Bron: Arbeidsmarktplatform Primair Onderwijs (2019). Deeltijdwerk nader bekeken. Verkenning naar motieven voor deeltijdwerk in het primair onderwijs. Den Haag: Arbeidsmarktplatform Primair Onderwijs.

Leraren die deeltijd werken, kiezen hier met name voor om te kunnen zorgen voor hun kinderen (Tabel 1). Ook willen zij tijd voor huishoudelijke taken. De keuze voor deeltijdwerk is dus vooral een persoonlijke keuze; het heeft in mindere mate te maken met de beschikbaarheid van voltijdbanen. Leraren die voltijd werken, doen dit met name omdat zij hun werk leuk vinden of omdat zij niet te hoeven zorgen voor kinderen. Leraren zijn overwegend tevreden met hun huidige aanstellingsomvang.

Meer uren werken in de toekomst

Ruim 5 procent van 609 ondervraagde leraren in het primair onderwijs staat zeer positief tegenover het idee om in de toekomst meer uren te werken. Zo’n 10 procent oordeelt hier enigszins positief over. Zij geven nagenoeg allemaal aan meer te willen werken als hun kinderen ouder zijn en minder zorg nodig hebben. De belangrijkste voorwaarde die wordt genoemd om meer uren te werken is dat er financieel voldoende op wordt voortuitgaan (Tabel 2).

Als specifiek wordt gekeken naar startende leraren, komt uit de loopbaanmonitor van 2020 naar voren dat zo’n 26 procent van de startende leraren met een deeltijdbaan zonder meer bereid is om meer uren in het primair onderwijs te werken. Dat jaar daarvoor was dit nog 15 procent. Daarnaast geeft 25 procent aan onder voorwaarden meer uren te willen werken. De belangrijkste voorwaarden zijn: een salarisverbetering (43%), duidelijke afspraken over de werkbelasting (37%) en een vast contract (34%).

Bronnen:

  • Arbeidsmarktplatform Primair Onderwijs (2019). Deeltijdwerk nader bekeken. Verkenning naar motieven voor deeltijdwerk in het primair onderwijs. Den Haag: Arbeidsmarktplatform Primair Onderwijs.
  • De Vos, K., Fontein, P. & Vrielink, S. (2020). Loopbaanmonitor onderwijs. Tilburg: CenERdata en MOOZ.