Beloning en carrièreperspectief

Door het kabinet is geld uitgetrokken voor het verbeteren van de salarissen en arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs. Naast beloning is het carrièreperspectief van leraren van belang. Dit kan bijvoorbeeld door naar een andere functie of rol door te groeien, een training of opleiding te volgen, of deel te nemen aan intervisie. Op die manier blijft het vak boeiend en uitdagend.

Lees hieronder actuele informatie over de inschaling van leraren, de tevredenheid over het salaris, de ontwikkelingen op het gebied van doorstroom en het ervaren carrièreperspectief in het primair onderwijs.

Maak uw keuze

Functiemix

Met ingang van de nieuwe cao in 2018, zijn de lerarenschalen LA–LE vervangen door de schalen L10–L14. De meeste leraren, bijna driekwart, zijn ingeschaald in L10 (Figuur 1). In deze functie richten zij zich in de eerste plaats op het leraarschap. Een L10 leraar kan daarnaast nog een specialisme hebben, zoals ‘remedial teaching’ of intern begeleider. Ruim een kwart van de leraren zit in schaal L11. Een L11 leraar houdt zich ook nog bezig met beleidsvorming, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijsvernieuwing. Deze verdeling is de afgelopen twee jaar nagenoeg gelijk gebleven.

Ook in het speciaal (basis)onderwijs wordt het personeel ingeschaald aan de hand van de schalen L10–L14. In tegenstelling tot het reguliere basisonderwijs zijn de meeste leraren in het speciaal (basis)onderwijs in 2020 ingeschaald in schaal L11, namelijk zo’n 85 procent. Een kleiner aandeel, zo’n 13 procent, zit in schaal L12. De L12-leraar werkt vaak op bovenschools niveau aan visievorming en onderwijsontwikkeling op de lange termijn.

Beloning leraren

Het salaris een belangrijk onderdeel van de baantevredenheid van leraren. Zo’n 72 procent van de leraren in het primair onderwijs geeft aan (heel) tevreden te zijn over het salaris. Hiermee scoren zij minder goed dan werknemers in andere sectoren. Gemiddeld is bijna 79 procent van de werknemers in Nederland tevreden over zijn of haar salaris. Wel valt op dat, in vergelijking met andere sectoren, leraren in het primair onderwijs vaker aangeven bij de huidige werkgever te willen blijven werken, ook als zij ergens anders hetzelfde salaris zouden krijgen. Zo’n 86 procent van de leraren in het primair onderwijs is het hier (helemaal) mee eens tegenover circa 82 procent van overige werknemers in Nederland.

Bron: Hooftman, W. en De Vroome, E. (2021). NEA 2020. Tabellen specifiek voor de sector primair onderwijs. Den Haag: TNO.

Ontwikkeling van de doorstroom

Het carrièreperspectief hangt in grote mate samen met de mate waarin iemand kan doorstromen naar een andere functie. Binnen het onderwijs kan een leraar bijvoorbeeld doorstromen naar een andere school, een ander bestuur of naar een andere functie. De meeste leraren die mobiel zijn, blijven leraar binnen hetzelfde bestuur, maar gaan lesgeven op een andere school. In het schooljaar 2017-2018 ging dit om zo’n 5.800 leraren, oftewel bijna 5 procent van het totaal aantal leraren. Een sterke stijging deed zich de afgelopen periode voor in het aantal leraren dat bij een ander bestuur gaat lesgeven, van bijna 1.200 leraren in schooljaar 2013-2014 naar ongeveer 5.400 leraren in schooljaar 2017-2018.

Wanneer in meer detail wordt gekeken naar het aantal leraren dat doorgroeit naar een functie als directeur, dan is te zien dat dit om veel kleinere aantallen gaat. Dit komt allereerst doordat er veel minder schoolleiders nodig zijn dan leraren. Het grootste gedeelte van de leraren die directeur worden, wordt directeur op dezelfde school waar zij ook als leraar werkten. In het schooljaar 2017-2018 ging het om zo’n 300 leraren. Dit komt overeen met 0,2 procent van het totaal aantal leraren. De afgelopen jaren is het aantal leraren dat directeur wordt binnen een ander bestuur toegenomen, tot ruim 150 in schooljaar 2017-2018.

Ervaren carrièreperspectief

De mate waarin leraren carrièremogelijkheden ervaren, hangt in grote mate samen met de organisatie waarin zij werken. Leraren binnen kleine schoolbesturen ervaren het carrièreperspectief bijvoorbeeld als lager, omdat er in de organisatie minder mogelijkheden zijn om verschillende rollen of functies te vervullen vanwege de beperkte schaalgrootte. Dit lijkt te impliceren dat hoe groter het bestuur is, hoe hoger het ervaren carrièreperspectief is. Ook wie alleen binnen de eigen schoolcontext kijkt, ervaart minder carrièreperspectief dan iemand die binnen of buiten het schoolbestuur kijkt.

Bron: Berenschot (2018). Loopbaanpaden in het primair onderwijs. Utrecht: Berenschot.

In onderzoek van Berenschot (2018) is door middel van inspiratiessessies nagedacht over welke rollen leraren naast hun lesgevende taken willen vervullen. Het gaat vooral om rollen die er nu al zijn, maar waarvan de leraar ervaart dat deze nog onvoldoende uit te voeren zijn binnen de school:

 

  • Leraar-vakspecialist: specialist in een bepaald vakgebied, zoals taal, rekenen, spelling of Engels.
  • Leraar-coördinator: coördineert alle werkzaamheden rondom het specifieke thema waarvoor hij coördinator is.
  • Leraar-coach: draagt zorg voor de begeleiding van stagiairs en (beginnende) leraren. Ook kunnen deze leraren actief zijn in interne (huis)academies, die scholing en trainingen verzorgen voor collega-leraren en tijdens op studiedagen.
  • Leraar-onderzoeker: verricht naast zijn lesgevende taken onderzoek ten behoeve van het verbeteren van de onderwijskwaliteit binnen de school of het schoolbestuur.
  • Leraar-ontwikkelaar: is naast zijn lesgevende taken betrokken bij het ontwikkelen van bijvoorbeeld doorlopende leerlijnen, curriculum of lesmateriaal.
  • Leraar-vernieuwer: houdt zich op de hoogte van innovatieve ontwikkelingen binnen het onderwijs en bekijkt of deze ontwikkelingen een plaats binnen het onderwijs van de school of het schoolbestuur kunnen krijgen.
  • Leraar-beleidsmaker: is naast zijn lesgevende taken betrokken bij de ontwikkeling en het opstellen van beleid (op het gebied van onderwijskwaliteit) binnen de school of het schoolbestuur.
  • Leraar met zorgtaken: is naast groepsleerkracht bijvoorbeeld ook orthopedagoog, remedial teacher of intern begeleider.
  • Hybride docent: combineert zijn lesgevende taken met andere werkzaamheden buiten de school of het bestuur (bijvoorbeeld bij het Ministerie van OCW als leraar-beleidsmedewerker of bij een vakbond als leraar-belangenbehartiger).