Direct naar content

Regio Noord-Holland

Regionale arbeidsmarktanalyse primair onderwijs 2026

De arbeidsmarkt in het primair onderwijs verschilt per regio. In sommige regio’s ontstaan de komende jaren grotere tekorten aan schoolleiders en leraren dan in andere. Voor scholen en schoolorganisaties is het daarom belangrijk om een goed beeld van de eigen regio te hebben.

Het Arbeidsmarktplatform PO heeft hiervoor negentien regionale arbeidsmarktanalyses opgesteld. Deze brengen de cijfermatige ontwikkelingen per regio in kaart en lichten ze toe. Op deze pagina vind je de resultaten voor de regio Noord-Holland (arbeidsmarktregio’s Gooi en Vechtstreek, Groot-Amsterdam, Noord-Holland-Noord, Zaanstreek/Waterland, Zuid-Kennemerland en IJmond). Wil je een andere regio bekijken? Via het drop-downmenu hierboven kun je eenvoudig een andere analyse openen. Onderaan deze pagina zie je welke onderwijsregio’s actief zijn in deze regio met een link naar de webpagina van de onderwijsregio. Hier kan je onder andere meer informatie vinden over de indeling van de onderwijsregio’s, de verzorgingsgebieden en hun arbeidsmarktactiviteiten.

Samenvatting

  • De huidige spanningsindicator van de arbeidsmarkt voor pedagogische beroepen is in de meeste arbeidsmarkregio’s zeer krap, maar in Noord-Holland Noord krap.
  • In Noord-Holland is het aantal leerlingen tussen 2021 en 2025 sneller afgenomen dan de landelijke trend (1,8% ten opzichte van 1,5%). De prognose is dat deze afname de komende jaren doorzet (2,7%).
  • In lijn met de daling in werkgelegenheid daalt de relatieve onvervulde werkgelegenheid voor po-leraren en schoolleiders in Noord-Holland, van 6,4% in 2026 tot 5,4% in 2030.
  • Zowel de pabo-instroom (4,6%) als het aantal nieuw-paboafgestudeerden (6,8%) is de afgelopen jaren toegenomen in Noord-Holland.
  • Het uitvalpercentage is de afgelopen jaren eerst toegenomen en daarna afgenomen; in 2024/2025 lag het uitvalpercentage na één jaar op 12%. Dit percentage geeft aan hoeveel pabostudenten de opleiding voortijdig afbreken.

Krappe tot zeer krappe arbeidsmarkt voor pedagogische beroepen in de regio

De spanningsindicator van het UWV geeft de verhouding weer tussen het aantal openstaande vacatures en het aantal werkzoekenden binnen een bepaald beroep of bepaalde sector. Het is een maat voor de krapte op de arbeidsmarkt: hoe hoger de indicator, hoe moeilijker het voor werkgevers is om geschikt personeel te vinden. Een lage waarde duidt op een ruime arbeidsmarkt, waarin veel werkzoekenden beschikbaar zijn per vacature. De spanningsindicator helpt bij het inschatten van arbeidsmarktdynamiek en het formuleren van beleid voor onderwijs, werk en economie.

Ten opzichte van de gehele arbeidsmarkt, laat de spanningsindicator van de pedagogische beroepen landelijk sinds 2021 een krappere arbeidsmarkt zien. De spanningsindicator van de gehele arbeidsmarkt is in 2025 uitgekomen op 3,2 (krap), terwijl de spanningsindicator van de pedagogische beroepen in 2025 uitkwam op 3,6 (krap). In de figuur hieronder zie je enkel de ontwikkeling van de spanningsindicator binnen de pedagogische beroepen, waar het onderwijs onder valt.

Binnen de regio Noord-Holland is de spanningsindicator van de pedagogische beroepen in de meeste arbeidsmarktregio’s hoger dan landelijk, en zien we eenzelfde soort ontwikkeling over de afgelopen vijf jaar. De spanningsindicator van de pedagogische beroepen in Noord-Holland is in 2025 het laagst in arbeidsmarktregio Noord-Holland-Noord (2,8) en het hoogst in Zuid-Kennemerland en IJmond (5,7). De arbeidsmarkt in de regio Noord-Holland-Noord in 2025 is krap, terwijl de arbeidsmarkt in de andere arbeidsmarktregio’s zeer krap is.

Aantal leerlingen zal verder afnemen

De ontwikkeling van het aantal leerlingen is van belang voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de sector. De afgelopen jaren kregen veel regio’s in Nederland te maken met dalende leerlingaantallen. Tussen 2021 en 2025 nam het aantal leerlingen in de sector met 1,5% af, van circa 1.516.000 leerlingen tot 1.493.000 leerlingen. De komende jaren zal het aantal leerlingen in Nederland naar verwachting verder afnemen. Tussen 2026 en 2030 daalt de basisgeneratie voor het primair onderwijs naar verwachting met 2,6%.

In de regio Noord-Holland zien we in de periode van 2021 tot 2025 ongeveer een even grote afname van het aantal leerlingen ten opzichte van landelijk, van in totaal 1,8%. In de periode daarna, van 2026 tot 2030, wordt ook een afname van het aantal leerlingen verwacht (2,7%).

Daling tekorten leraren en schoolleiders verwacht

Het landelijke aantal leerlingen in het primair onderwijs is de afgelopen jaren gedaald, en naar verwachting zet deze daling de komende jaren door. Als gevolg daarvan krimpt ook de werkgelegenheid: minder leerlingen betekent minder behoefte aan leraren. De prognose voor de landelijke werkgelegenheid van leraren en schoolleiders toont dan ook een afname van 1,8%, tot ongeveer 98.300 fte in 2030.

In Noord-Holland dalen de leerlingaantallen naar verwachting minder dan landelijk. Dat zien we dan ook terug in de werkgelegenheid voor leraren en schoolleiders. Tussen 2026 en 2030 zal dit in Noord-Holland iets meer dalen dan de landelijk trend, namelijk met 2,2%. In de regio zijn er grote verschillen zichtbaar. In Groot Amsterdam zal de werkgelegenheid licht stijgen (0,5%), terwijl het in de andere arbeidsmarktregio’s zal dalen.

De relatieve onvervulde werkgelegenheid geeft aan welk percentage van de totale vraag naar leraren en schoolleiders niet vervuld kan worden, ook wel de tekorten aan leraren en schoolleiders. Dit hangt samen met het beschikbare aanbod, dat bestaat uit huidig personeel en afgestudeerden.

In lijn met de daling in werkgelegenheid in Noord-Holland, zal de relatieve onvervulde werkgelegenheid de komende jaren dalen, van 6,4% in 2026 tot 5,4% in 2030. In arbeidsmarktregio Noord-Holland-Noord is de relatieve onvervulde werkgelegenheid in 2030 het laagste (3,5%) en in Groot Amsterdam het hoogste (7,3%). Landelijk zal de relatieve onvervulde werkgelegenheid tussen 2026 en 2030 dalen van 5,1% naar 4,6%.

Instroom pabo afgelopen jaren toegenomen

De pabo blijft een belangrijke bron voor de instroom van nieuwe leraren op de onderwijsarbeidsmarkt. Landelijk zien we dat de instroom in de pabo in de periode 2021 tot en met 2025 met 18% is toegenomen, van 5.312 naar 6.277 pabostudenten. Het landelijke aandeel pabostudenten dat een duale of deeltijdopleiding koos, is gedurende de periode 2021 tot 2025 licht gedaald van 22% naar 19%.

In de regio Noord-Holland is gedurende de periode 2021 tot 2025 het aantal studenten dat voor de pabo koos met 4,6% toegenomen, van 634 naar 663 studenten in 2025. Ongeveer 24% van de pabostudenten in Noord-Holland koos in 2025 een deeltijdopleiding, ten opzichte van 27% (duaal en deeltijd) in 2021. In 2024 en 2025 is er in Noord-Holland geen duale opleiding gestart. Net als landelijk is het regionale aandeel van studenten dat een duale of deeltijdopleiding koos gedaald.

Uitval pabo na één jaar eerst toegenomen en daarna afgenomen

De instroom op de pabo-opleidingen zegt niet veel over het aantal nieuw beschikbare leraren op de arbeidsmarkt als de uitval niet meegenomen wordt in de analyse. Het aandeel studenten dat één jaar na de start van de pabo is uitgevallen, is eerst gestegen van 13% voor studiejaar 2018/2019 naar 19% voor studiejaar 2022/2023. Hierna is het uitvalpercentage weer gedaald tot 15% voor studiejaar 2024/2025. Het percentage studenten dat drie jaar na de start van de pabo is uitgevallen, is tussen studiejaar 2018/2019 en studiejaar 2020/2021 toegenomen van 15% naar 22%, waarna het weer is afgenomen tot 20,5% voor studiejaar 2022/2023. In 2022 is er een herziening geweest van het toetsbeleid om de hoge uitvalcijfers tegen te gaan. Het is nog te vroeg om te zien of dat effect heeft gehad op de uitval van pabostudenten na drie jaar.

In de regio Noord-Holland is de uitval van pabostudenten na één jaar ook eerst toegenomen (tot 19% voor studiejaar 2022/2023) en daarna weer afgenomen (naar 12% voor studiejaar 2024/2025). De uitval van pabostudenten na drie jaar is ook toegenomen in Noord-Holland. Van de studenten die in het studiejaar 2020/2021 aan de opleiding begon is 23,5% na drie jaar uitgevallen, terwijl dit voor studiejaar 2018/2019 nog 14% was. In het studiejaar 2022/2023 zien we dit percentage weer wat afnemen tot 22%.

Toename nieuw-paboafgestudeerden pabo

Het aantal nieuw-paboafgestudeerden is de afgelopen jaren in Nederland met 13% gegroeid. In 2020 waren er 3.816 nieuw-paboafgestudeerden en dit aantal is toegenomen tot 4.329 in 2024.

In de regio Noord-Holland nam het aantal nieuw-paboafgestudeerden tussen 2020 en 2024 ook toe. In 2020 zijn er hier in totaal 485 studenten aan de pabo afgestudeerd, ten opzichte van 518 in 2024. Dit komt neer op een stijging van bijna 6,8%. Deze toename is positief voor de regionale arbeidsmarkt in het onderwijs, aangezien die door de spanningsindicator als ‘krap tot zeer krap’ wordt bestempeld.

Een aandachtspunt bij dit onderwerp is dat de paboafgestudeerden niet allemaal in het primair onderwijs gaan werken en ook niet allemaal in de regio van de opleiding gaan werken. De mate waarin paboafgestudeerden daadwerkelijk instromen in het beroep en in de regio, heeft impact op het lerarentekort in de regio. Van alle nieuw-paboafgestudeerden werkt 84% na 5 jaar als leraar binnen het onderwijs. Landelijk gezien werkt 82% van alle paboafgestudeerden die werkzaam zijn als leraar binnen de provincie van de opleiding.

Aandeel 35-minners hoger dan aandeel 55-plussers

De vraag naar onderwijspersoneel wordt niet alleen bepaald door de ontwikkeling van het aantal leerlingen. Ook de uitstroom van personeel, onder andere naar pensioen, speelt een belangrijke rol. Personeel kan ook meer of minder gaan werken, in een andere regio gaan werken of een andere functie binnen de sector vervullen. De leeftijdsopbouw van het personeel geeft een indicatie van de verwachte uitstroom naar pensioen. Gemiddeld is ongeveer 20% van het personeel (in fte) in het primair onderwijs 55-plus.

In de regio Noord-Holland is een iets groter deel van het personeel 55-plus dan landelijk: ongeveer 22%. Vooral onder het directiepersoneel is een relatief groot aandeel 55-plussers werkzaam, namelijk 28% in 2025 (landelijk: 29%). In totaal is 29% van al het personeel in de regio Noord-Holland jonger dan 35 jaar. Van het onderwijsgevend personeel is 30% jonger dan 35 jaar en van het ondersteunend personeel is dat 33%.

Deze cijfers laten zien dat de regio zowel te maken heeft met een aanstaande pensioneringsgolf, vooral onder directiepersoneel, als met een hoog aandeel 35-minners. De toenemende behoefte aan doorstroom en doorgroeimogelijkheden binnen scholen benadrukt het belang van een strategisch personeelsbeleid dat gericht is op het behoud en de ontwikkeling van jong talent. Om duurzaam strategisch HRM-beleid te kunnen formuleren, is het essentieel om kwantitatieve analyses van de personeelsbehoefte te koppelen aan de wensen en behoeften van verschillende groepen medewerkers. Alleen dan kan de schoolorganisatie nu én in de toekomst beschikken over voldoende en passend onderwijspersoneel.

Directiepersoneel werkt gemiddeld meeste fte

De deeltijdfactor is een getal tussen 0 en 1 dat aangeeft welk deel van een fulltimebaan een werknemer uitoefent. De gemiddelde deeltijdfactor (het gemiddelde aantal fte) per functie helpt om beter te begrijpen hoe het personeelsbestand is opgebouwd, hoe ruim functies worden ingevuld, en waar mogelijke knelpunten of kansen liggen in personeelsbeleid. Dit maakt het een nuttige indicator voor zowel schoolorganisaties als beleidsmakers. Landelijk werkt directiepersoneel gemiddeld 0,89 fte, onderwijsgevend personeel 0,72 fte en onderwijsondersteunend personeel 0,67 fte.

Het landelijk gemiddelde is een goede indicator, maar kan niet een-op-een vergeleken worden met het regionaal gemiddelde. Het kan namelijk voorkomen dat één persoon in meerdere regio’s werkt en hierdoor dubbel geteld wordt.

In de regio Noord-Holland maakt directiepersoneel de meeste uren met een gemiddelde deeltijdfactor van 0,84 fte. Het onderwijsgevend personeel werkt iets minder met een gemiddelde deeltijdfactor van 0,70 fte en het onderwijsondersteunend personeel kent de laagste gemiddelde deeltijdfactor met 0,64 fte.

Welke onderwijsregio's zijn in deze regio actief?

Overzicht gemeenten binnen de regio Noord-Holland

Gooi en Vechtstreek
Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Wijdemeren

Groot Amsterdam
Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, De Ronde Venen, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel, Uithoorn

Noord-Holland-Noord
Alkmaar, Bergen (NH.), Castricum, Den Helder, Dijk en Waard, Drechterland, Enkhuizen, Heiloo, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec, Texel, Uitgeest

Zaanstreek/Waterland
Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland, Zaanstad

Zuid-Kennemerland en IJmond
Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen, Zandvoort

Overzicht onderwijsregio’s binnen de regio Noord-Holland

Op zoek naar meer informatie?

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft het dashboard Onderwijsarbeidsmarkt in cijfers ontwikkeld. Voor het primair onderwijs kunnen verschillende gebiedsniveaus (bv. onderwijsregio of arbeidsmarktregio) en thema’s geselecteerd worden. Hier is meer te vinden over werkgelegenheid, personeel, arbeidsmobiliteit, lerarenopleidingen en de ontwikkeling van leerlingen, scholen en schoolbesturen.

Praktijkverhalen uit de regio

Het Arbeidsmarktplatform PO verzamelt inspirerende verhalen uit de praktijk van het primair onderwijs. Op de pagina Praktijkverhalen kun je eenvoudig jouw regio selecteren om te ontdekken wat daar speelt. Liever breder kijken? Laat je dan inspireren door ervaringen uit andere regio’s.

Regionaal maatwerk

Heb je een extra vraag over de data in jouw regio? Laat het ons weten via het contactformulier. Afhankelijk van je vraag denkt een adviseur of onderzoeker graag met je mee.

Scenariomodel

Ben je op zoek naar aanvullende gegevens over de arbeidsmarkt in jouw regio, bijvoorbeeld over jouw eigen school, schoolorganisatie of samenwerkingsverband? Of heb je een andere vraag over regionale arbeidsmarktgegevens? Het Arbeidsmarktplatform PO helpt je graag. Neem contact met ons op of maak gebruik van één van onze instrumenten, zoals het Scenariomodel PO. Via het Scenariomodel PO kun je zelf een berekening maken van de benodigde formatie op jouw school, schoolorganisatie of regio voor de komende jaren. Door deze gegevens te combineren met de leerlingenprognose zie je op tijd of je schoolorganisatie of -locatie te maken krijgt met over- of ondercapaciteit.

Bronvermelding

Centerdata

Van Centerdata zijn de Arbeidsmarktramingen primair onderwijs 2025 gebruikt. Deze worden opgesteld in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Meer informatie over deze regio is te vinden in Arbeidsmarktraming 2025 Noord-Holland.

DUO

Er is gebruik gemaakt van de openbare onderwijsdata over het primair onderwijs van DUO voor enkele figuren op deze pagina.

Vereniging Hogescholen

Voor enkele figuren is data van de Vereniging Hogescholen gebruikt, deze zijn afkomstig uit het Dashboard instroom, inschrijvingen en diploma’s en Dashboard studiesucces, uitval en studiewissel.

UWV

Uit het Dashboard Spanningsindicator van het UWV is data gehaald over de krapte op de gehele arbeidsmarkt en binnen de pedagogische beroepen.