Zuid-Holland-Noord

Regionale arbeidsmarktanalyse primair onderwijs 2020

De arbeidsmarkt in het primair onderwijs is de afgelopen jaren in een rap tempo veranderd. Tot enkele jaren geleden was het voor (startende) leraren nog moeilijk om een baan in de sector te krijgen. Die tijd is nu voorbij: het lerarentekort in de sector zal de komende jaren verder in omvang toenemen. Toch zal niet elke regio in dezelfde mate te maken krijgen met dit tekort. De arbeidsmarkt in het primair onderwijs heeft namelijk een sterk regionaal karakter, waardoor ontwikkelingen in verschillende regio’s niet per definitie hetzelfde zullen zijn. Voor scholen en schoolbesturen is het daarom belangrijk een goed beeld te hebben van de arbeidsmarkt in hun regio.

Om de sector hierin te ondersteunen, heeft het Arbeidsmarktplatform PO achttien regionale arbeidsmarktanalyses opgesteld. In de analyses worden cijfermatige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in het primair onderwijs per regio in kaart gebracht en toegelicht. Op deze pagina vind je de resultaten voor de regio Zuid-Holland-Noord. Deze regio bestaat uit de arbeidsmarktregio’s Haaglanden (exclusief ’s-Gravenhage), Holland Rijnland, Midden-Holland, Zuid-Holland Centraal en ’s-Gravenhage. Ben je geïnteresseerd in een andere regionale arbeidsmarktanalyse? Via het drop-down menu kun je eenvoudig een andere regio bekijken.

Selecteer regio

Aantal leerlingen stijgt
De ontwikkeling van het aantal leerlingen is van belang voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de sector. De afgelopen jaren werden veel regio’s in Nederland geconfronteerd met dalende leerlingaantallen. Tussen 2015 en 2019 nam het aantal leerlingen in de sector met bijna drie procent af, tot ruim 1.502.000 leerlingen. In tegenstelling tot het landelijke beeld, is het aantal leerlingen in Zuid-Holland-Noord in deze periode toegenomen, in totaal met 1 procent. Wel zien we verschillen binnen de regio: de sterkste stijging zien we tussen 2015 en 2019 in Haaglanden (5 procent), terwijl het aantal leerlingen in Holland Rijnland daalde (2 procent).

Figuur 1: Ontwikkeling aantal leerlingen en prognose basisgeneratie Bron: DUO en Scenariomodel PO
Figuur 1: Ontwikkeling aantal leerlingen en prognose basisgeneratie
Bron: DUO en Scenariomodel PO

De komende jaren zal het aantal leerlingen in Nederland naar verwachting verder afnemen. Tussen 2018 en 2023 daalt de basisgeneratie[1] voor het primair onderwijs naar verwachting met zo’n drie procent. In tegenstelling tot het landelijke beeld wordt in de regio Zuid-Holland-Noord een kleine stijging verwacht, van 178.100 kinderen in 2018 tot 178.300 kinderen in 2023. Dit komt neer op een stijging van minder dan een half procent. Ook nu zien we verschillen binnen de regio: de sterkste stijging wordt tussen 2018 en 2023 verwacht in Haaglanden (7 procent), terwijl Zuid-Holland Centraal te maken krijgt met een dalend aantal leerlingen (5 procent).

[1] De basisgeneratie voor het primair onderwijs bestaat uit de bevolking van 4 t/m 12 jaar, waarbij de 12-jarigen voor 30 procent meetellen. De basisgeneratie biedt meer inzicht in het verwachte aantal leerlingen in een regio.

Figuur 2: Samenstelling personeel naar functie (in fte), 2019 Bron: DUO
Figuur 2: Samenstelling personeel naar functie (in fte), 2019
Bron: DUO
Let op: deze gegevens zijn gebaseerd op de volgende RPA-regio's: Den Haag, Haaglanden en Rijn-Gouwe.
Deze indeling wijkt mogelijk iets af van de andere regio-indeling in deze analyse, gebaseerd op de arbeidsmarktregio's.
Leeftijdsverdeling personeel

De vraag naar onderwijspersoneel wordt niet alleen bepaald door de ontwikkeling van het aantal leerlingen. Ook de uitstroom van personeel, onder andere naar pensioen, speelt een belangrijke rol. Het personeel kan ook meer of minder gaan werken of een andere functie binnen de sector gaan vervullen.

Figuur 3: Samenstelling personeel naar leeftijd (in fte), 2019 Bron: DUO
Figuur 3: Samenstelling personeel naar leeftijd (in fte), 2019
Bron: DUO
Let op: deze gegevens zijn gebaseerd op de volgende RPA-regio's: Den Haag, Haaglanden en Rijn-Gouwe.
Deze indeling wijkt mogelijk iets af van de andere regio-indeling in deze analyse, gebaseerd op de arbeidsmarktregio's.

De leeftijdsopbouw van het personeel geeft een indicatie van de verwachte uitstroom naar pensioen. Gemiddeld is een kwart van het personeel in de sector (in fte) 55-plus. In deze regio is een iets kleiner deel van het personeel 55-plus: 24 procent. In deze regio is, net zoals in Nederland, vooral onder het directiepersoneel een groot aandeel 55-plussers werkzaam: 40 procent in 2019. Ter vergelijking: onder leraren is 22 procent van het personeel 55-plus en onder het ondersteunend personeel 27 procent. In totaal is circa 33 procent van het personeel in deze regio jonger dan 35 jaar. Het grootste aandeel 35-minners in deze regio is werkzaam als leraar (35 procent).

Figuur 4: Samenstelling personeel naar type contract (in fte), 2019 Bron: DUO
Figuur 4: Samenstelling personeel naar type contract (in fte), 2019
Bron: DUO
Let op: deze gegevens zijn gebaseerd op de volgende RPA-regio's: Den Haag, Haaglanden en Rijn-Gouwe.
Deze indeling wijkt mogelijk iets af van de andere regio-indeling in deze analyse, gebaseerd op de arbeidsmarktregio's.
Figuur 5: Samenstelling personeel naar aanstellingsomvang (in fte), 2019 Bron: DUO
Figuur 5: Samenstelling personeel naar aanstellingsomvang (in fte), 2019
Bron: DUO
Let op: deze gegevens zijn gebaseerd op de volgende RPA-regio's: Den Haag, Haaglanden en Rijn-Gouwe.
Deze indeling wijkt mogelijk iets af van de andere regio-indeling in deze analyse, gebaseerd op de arbeidsmarktregio's.

Een beperkt deel van het personeel in het primair onderwijs werkt in een kleine deeltijdbaan. Zo werkt ruim acht procent van het personeel (in fte) op basis van een aanstelling van 0 – 0,5 fte. Ter vergelijking: ruim een derde van het personeel werkt op basis van een aanstelling van 0,5 – 0,8 fte, terwijl zo’n 58 procent meer dan 0,8 fte werkt. Dit beeld zien we ook in deze regio. Wel zien we verschillen naar functie: onder leraren en het ondersteunend personeel wordt relatief veel in deeltijd gewerkt, terwijl het directiepersoneel vaak werkt op basis van een aanstelling van meer dan 0,8 fte. Dit beeld zien we zowel in deze regio als in Nederland.

Werkgelegenheid stijgt

In 2019 werken er ruim 178.900 personen in het primair onderwijs. Samen werken zij ruim 127.300 fte. Na een aanzienlijke daling is de werkgelegenheid in de sector de afgelopen jaren weer gestegen. Zo nam het aantal werkzame personen tussen 2015 en 2019 met ruim 6 procent toe en steeg het aantal fte in de sector met ruim vijf procent. Ook in deze regio nam de werkgelegenheid onder het onderwijspersoneel toe. Tussen 2015 en 2019 steeg de werkgelegenheid met 8 procent, tot 13.820 fte. Vooral in de regio Haaglanden en in ‘s-Gravenhage nam de werkgelegenheid in deze periode toe (12 en ruim 7 procent).

Figuur 6: Ontwikkeling werkgelegenheid (in fte, index: 2015 = 100) Bron: DUO
Figuur 6: Ontwikkeling werkgelegenheid (in fte, index: 2015 = 100)
Bron: DUO
Let op: deze gegevens zijn gebaseerd op de volgende RPA-regio's: Den Haag, Haaglanden en Rijn-Gouwe.
Deze indeling wijkt mogelijk iets af van de andere regio-indeling in deze analyse, gebaseerd op de arbeidsmarktregio's.

De werkgelegenheid in de sector ontwikkelt zich niet voor alle functies hetzelfde. Er zijn functies waar de werkgelegenheid tussen 2015 en 2019 is toegenomen, zoals het ondersteunend personeel (ruim 31 procent), maar er zijn ook functies die in omvang zijn gekrompen, zoals het directiepersoneel (ruim 10 procent). De forse stijging van het ondersteunend personeel hangt mogelijk samen met de besteding van de werkdrukmiddelen in de sector. Ook in deze regio zien we verschillen tussen het directiepersoneel, leraren en het ondersteunend personeel. Waar het ondersteunend personeel tussen 2015 en 2019 in omvang is toegenomen (40 procent), daalde het directiepersoneel juist in omvang (10 procent).

Figuur 7: Aantal gediplomeerden pabo Bron: DUO
Figuur 7: Aantal gediplomeerden pabo
Bron: DUO
Aantal gediplomeerden pabo daalt

De pabo speelt een belangrijke rol op de arbeidsmarkt. Niet alleen de kwaliteit van de opleiding, maar ook het aantal studenten dat de opleiding met een diploma verlaat, is daarom van groot belang. De afgelopen jaren is het aantal pabogediplomeerden in Nederland afgenomen. In 2014 waren er nog bijna 4.140 gediplomeerden in de sector. In 2018 is dit aantal teruggelopen tot zo’n 3.600 gediplomeerden, een daling van 13 procent. Ook in de regio Zuid-Holland-Noord nam het aantal gediplomeerden in deze periode af. In 2018 waren er in totaal 499 gediplomeerden in de regio[2], ten opzichte van 557 gediplomeerden in 2014. Dit komt neer op een daling van ruim 10 procent. Dit wil overigens niet zeggen dat dit het volledige potentiele aanbod aan leraren is. Gediplomeerden uit andere regio’s kunnen bijvoorbeeld naar deze regio komen om te werken als leraar. Ook kunnen gediplomeerden uit deze regio in een andere regio gaan werken of kunnen zij kiezen voor een baan in een andere sector.

[2] Dit is gebaseerd op de vestigingsgemeente van de hogeschool. Een hogeschool kan meerdere vestigingen hebben in meerdere gemeenten. Om dit zo gedetailleerd mogelijk in kaart te brengen, wordt gekeken naar de gemeente waar elke vestiging van de hogeschool is gevestigd. Er worden, omwille van de overzichtelijkheid, geen gegevens gepresenteerd van (vestigingen van) hogescholen in andere regio’s.

Figuur 8: Instroom pabo naar opleidingsvorm Bron: DUO
Figuur 8: Instroom pabo naar opleidingsvorm
Bron: DUO

In tegenstelling tot het aantal gediplomeerden is het aantal studenten dat kiest voor de pabo de afgelopen periode wel toegenomen. Tussen 2015 en 2019 is de instroom van studenten in deze regio met 28 procent gestegen, tot 761 studenten. Dit komt overeen met het landelijke beeld, waar we in deze periode een toename zien van zo’n 33 procent. Deze toename is vooral te danken aan het aantal studenten dat kiest voor een duale opleiding of deeltijdopleiding. Dit zien we ook in deze regio: in 2015 startten in deze regio nog 95 studenten met een duale opleiding of deeltijdopleiding, in 2019 is dit aantal toegenomen tot 195.

Figuur 9: Prognose werkgelegenheid leraren (in fte, exclusief seniorenregeling)Bron: Mirror, CentERdata
Figuur 9: Prognose werkgelegenheid leraren (in fte, exclusief seniorenregeling)
Bron: Mirror, CentERdata
Verwachte tekorten aan leraren

Zonder veranderingen in de omstandigheden staat het primair onderwijs in 2024 een tekort van ruim 1.900 fte aan leraren te wachten (bovenop de huidige situatie). Dit komt neer op een relatieve onvervulde vraag van ruim 2 procent. Het lerarentekort in de sector neemt de komende jaren dus fors in omvang toe. Wel verschillen de tekorten per regio. De hoogte van de regionale tekorten hangt onder andere samen met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. Ook de leeftijdsopbouw van het lerarenkorps speelt een rol.

Ook in deze regio zal het tekort naar verwachting toenemen, tot 195 fte in 2024 (bovenop de huidige situatie). In de regio wordt het grootste absolute tekort verwacht in ‘s-Gravenhage en Holland Rijnland (81 en 60 fte in 2024). In Midden-Holland is het absolute tekort met 13 fte in 2024 het kleinst.

Figuur 10: Prognose onvervulde vraag leraren (in fte)Bron: Mirror, CentERdata
Figuur 10: Prognose onvervulde vraag leraren (in fte)
Bron: Mirror, CentERdata
Figuur 11: Prognose instroom en vervangingsvraag leraren (in fte) Bron: Mirror, CentERdata
Figuur 11: Prognose instroom en vervangingsvraag leraren (in fte)
Bron: Mirror, CentERdata
Meer regionale cijfers?

Ben je op zoek naar aanvullende gegevens over de arbeidsmarkt in jouw regio, bijvoorbeeld over jouw eigen school, schoolbestuur of samenwerkingsverband? Of heb je een andere vraag over regionale arbeidsmarktgegevens? Het Arbeidsmarktplatform PO helpt je graag. Neem contact met ons op of maak gebruik van één van onze instrumenten, zoals het Scenariomodel PO. Via het Scenariomodel PO kun je zelf een berekening maken van de benodigde formatie op je school voor de komende jaren. Door deze gegevens te combineren met de leerlingenprognose zie je op tijd of je schoolbestuur of -locatie te maken krijgt met over- of ondercapaciteit.

Selecteer regio

Selecteer hier uw gewenste regio