Landelijke aanpak personeelstekort
Maatregelen aanpak personeelstekortHet primair onderwijs kent een groot kwantitatief personeelstekort. De instroom van nieuwe leraren en schoolleiders is te klein om het vertrek op te vangen van collega’s die met pensioen gaan, in een andere onderwijssector gaan werken of buiten het onderwijs hun carrière vervolgen. Schoolbesturen, werkgeversorganisaties, onderwijsvakbonden, opleidingen, gemeenten en de landelijke overheid werken samen om het personeelstekort aan te pakken. Om de sector te ondersteunen bij het maken van keuzes heeft het Arbeidsmarktplatform PO informatie verzameld over de landelijke aanpak van het personeelstekort.
Organiseren in tijden van tekorten
Het primair onderwijs staat voor grote uitdagingen door de aanhoudende personeelstekorten. De landelijke aanpak van het personeelstekort in het po bestaat uit verschillende maatregelen om de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. In tijden van tekorten worden noodmaatregelen ingezet, zoals aanpassingen in de schoolweek, de inzet van ander personeel dan leraren en het bevorderen van het gebruik van ICT. Deze aanpak biedt scholen handvatten om het personeelstekort te verzachten. In het onderstaande stuk staan het beleid en de ontwikkelingen over het organiseren in tijden van tekorten op een rij.
Aanpassingen aan het schoolprogramma
Flexibilisering van het schoolprogrammaDoor het tekort aan leraren kiezen schoolorganisaties steeds vaker voor organisatorische oplossingen. Aanpassingen aan het schoolprogramma zijn een voorbeeld van een strategie die scholen kunnen verkennen. In de grote steden wordt al geëxperimenteerd met het aanpassen van de schoolweek. De Regeling andere dag- en weekindeling maakt het mogelijk om maximaal één dag per week, of 22 uur per maand, onbevoegde maar bekwame vakspecialisten in te zetten. Deze professionals verzorgden activiteiten voor leerlingen en bieden daarmee verlichting in de lesroosters. Het ministerie van OCW liet de impact van de regeling op zaken als de onderwijskwaliteit, continuïteit en kansengelijkheid monitoren. De vormgeving van het schoolprogramma ligt grotendeels binnen de autonomie van de schoolorganisaties, mits ze voldoen aan de wettelijke kaders. De onderwijsinspectie heeft de regels en uitgangspunten voor de onderwijstijd in het basisonderwijs gepubliceerd.
Uit de eindrapportage van SEO, waarin de regeling geëvalueerd is, blijkt dat 61 scholen gebruik hebben gemaakt van de regeling. Schoolleiders en onderwijsgevend personeel ervoeren vooral positieve effecten op de continuïteit van het onderwijs en verminderde personeelstekorten. Ook hoeven leerlingen minder vaak naar huis gestuurd te worden en zorgde de inzet van professionals voor een verrijking van het curriculum. Iets minder positief is men over de effecten op de onderwijskwaliteit. Randvoorwaarden voor succes zijn: de pedagogische en didactische vaardigheden van de professional, goede ondersteuning en begeleiding van de professional en de samenwerking en afstemming tussen andere professionals en de school. Ook is draagvlak binnen de school, bij ouders en bij leerlingen een randvoorwaarde voor de succesvolle inzet.
Onderwijsraad: omgaan met aanhoudende schaarste
In de zomer van 2023 publiceerde de Onderwijsraad het rapport Schaarste schuurt met als voornaamste constatering dat het personeelstekort voorlopig blijft. Door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt zijn volgens de Onderwijsraad ingrijpende keuzes noodzakelijk omdat het tekort op korte termijn niet is op te lossen. Overheid, schoolbesturen, scholen en personeel moeten daarom plannen maken om met die aanhoudende schaarste om te gaan. Centraal in het rapport staat het beperken van het aantal lesuren van leerlingen. Dat is mogelijk omdat in Nederland relatief veel onderwijstijd staat geprogrammeerd, in vergelijking tot andere landen. Leraren blijven evenveel lesuren geven, zodat er extra capaciteit is voor het onderwijs. Andere professionals worden ingezet om het gat tussen de verlaagde onderwijstijd voor leerlingen op te vangen. Voor de nieuwe, meer gevarieerde schoolteams, moeten overheid, personeel en besturen om tafel om bevoegdheden en taken te bepalen.
Omdat het lerarentekort het hevigst is op scholen in de Randstad met een hoog leerlingengewicht, moet het werken daar extra aantrekkelijk gemaakt worden. Deze scholen moeten extra budget krijgen voor bijvoorbeeld kleinere klassen en meer personeel, adviseert de Onderwijsraad.
De rol van ICT in het onderwijs
Intensiveren ICT-gebruikHet gebruik van online-onderwijs of ICT op school neemt de laatste jaren toe. Verschillende evaluaties zien kansen en bedreigingen hiervan, maar geen impact om het lerarentekort te verminderen. In het advies Schaarste schuurt onderschrijft de Onderwijsraad deze conclusie.
Het lijkt er volgens de raad op dat digitale technologie veel mogelijkheden biedt om bepaalde onderwijstaken van leraren over te nemen, te vergemakkelijken of te versnellen. Zo bestaan er adaptieve leermaterialen, automatische nakijkprogramma’s en dashboards die onderwijs- en leerprocessen weergeven en interpreteren. ‘Daarmee lijkt de inzet ervan in het onderwijs een kansrijke optie om lerarentekorten op te vangen’, schrijft de raad. Maar het tegendeel is waar, vervolgt het rapport. ‘Want met de inzet van digitale technologie wordt het geven van onderwijs complexer. Digitale technologie manifesteert zich namelijk als een extra actor in het onderwijsproces, naast leraren, leerlingen en hun ouders. De inzet van deze technologie levert geen besparing op in de zin dat er de facto minder leraren nodig zijn. Want betrokkenheid en professioneel handelen van leraren zijn altijd nodig, ook wanneer intelligente technologie processen deels overneemt of wanneer leerlingen met deze technologie zelfstandig leren. Onderwijs geven vergt immers kwaliteiten die computers missen, zoals een brede opmerkzaamheid, pedagogische sensitiviteit en didactisch inspelen op specifieke en onverwachte situaties.’
Op initiatief van Stichting Kennisnet, de PO-Raad en de VO-Raad is de Monitor Digitalisering Onderwijs opgezet. De monitor geeft een landelijk overzicht van de stand van digitalisering in onder andere het primair onderwijs. Het biedt inzicht in het gebruik, de ervaringen, randvoorwaarden en ambities op dit gebied. Naast brede bevindingen is er ook aandacht voor actuele thema’s, zoals AI, ethiek en het gebruik van open leermaterialen.
Twee overkoepelende patronen die worden aangekaart:
- Veel scholen en besturen verwerken de thema’s onderwijs en ICT wel in hun beleid en visie, maar in de dagelijkse praktijk komt dit nog beperkt tot uitvoering.
- Bestuurders en schoolleiders zijn over het algemeen positiever over de voorzieningen en ondersteuning op het gebied van onderwijs en ICT dan leraren.
Inzet van AI
Het Arbeidsmarktplatform PO heeft begin 2025 een literatuurverkenning uitgevoerd naar de inzet van AI in het primair onderwijs en welke implicaties dit heeft voor po-medewerkers. Hieruit blijkt dat AI het werk van onderwijsmedewerkers verandert; in hoeverre dat gebeurt, is een keuze. Het biedt de ruimte aan onderwijsmedewerkers om zich meer te focussen op onderwijzen van complexe en sociale kennis en vaardigheden.
Als leraren adaptieve leermiddelen gebruiken, combineren ze hun eigen kennis en vaardigheden met de informatie uit dashboards. Als leerlingen adaptieve leermiddelen gebruiken, doorlopen ze binnen een bepaald onderdeel van het onderwijs een individueel leertraject op hun eigen tempo. Hierdoor kan het voorkomen dat niet alle leerlingen op hetzelfde moment met dezelfde lesstof bezig zijn.
Kennisnet geeft in het Technologiekompas aan dat dit een reden kan zijn om de eis los te laten dat alle leerlingen aan het einde van het jaar exact dezelfde leerdoelen moeten behalen. Dit biedt scholen extra mogelijkheden om het onderwijs anders in te richten, zolang het aansluit bij de visie van de schoolorganisatie.
Investeren in digitalisering
Vanuit het Nationaal Groeifonds investeert de Rijksoverheid in digitale onderwijsinnovaties, via de link zijn meerdere lopende projecten op het gebied van digitalisering te vinden. Er zijn projecten over de verbetering van het dagelijks gebruik van digitale onderwijsmiddelen, het gebruik van AI in de lessen en open leermateriaal. Dit laatste project heeft als doel om een positieve invloed op de onderwijskwaliteit en de aantrekkelijkheid van het beroep van leraar te hebben.
Inzet onderwijsondersteunend personeel
Het inzetten van onderwijsondersteunend personeel (OOP) biedt kansen om het lerarentekort te verzachten. Scholen kunnen ervoor kiezen om ander personeel in te zetten naast de leraar om taken of functies te differentiëren, zoals onderwijsassistenten en lerarenondersteuners. De samenstelling van schoolteams is de laatste jaren dan ook sterk veranderd. Het aantal en aandeel OOP’ers is sterk toegenomen, zo blijkt uit verzamelde DUO data omtrent onderwijspersoneel. In het basisonderwijs bestaan grote regionale verschillen in het percentage OOP’ers dat in dienst is. Daarbij is een duidelijk verband met de ernst van het lerarentekort in de regio. De grote steden zijn duidelijk koplopers in het aanstellen van OOP’ers.
De afgelopen vijf jaar is in alle sectoren van het primair onderwijs de inzet van OOP toegenomen, zo laten cijfers van DUO zien. Schoolteams zijn daardoor van samenstelling veranderd. Tussen 2020 en 2024 nam het aantal OOP’ers toe met ongeveer 11.100 personen, terwijl het aantal fte gewerkt door OOP’ers toegenomen is met ongeveer 8.000 fte. Scholen kunnen daarbij verschillende soorten personeel inzetten, zoals onderwijsassistenten, lerarenondersteuners, pedagogen of conciërges. De grootste groei zit bij de onderwijsassistenten. Het aandeel OOP’ers (in fte) in het personeelsbestand in het hele po steeg van 22% naar 26%. Tussen de schooltypen bestaan echter grote verschillen. In het basisonderwijs is het aandeel ondanks groei nog steeds het kleinst.
Onderwijsondersteuners zijn geen bevoegde leraren en dus geen vervanging voor de leraar, maar de inzet van assistenten en onderwijsondersteuners biedt voordelen voor leraren én leerlingen, zo blijkt uit een verkenning van het Arbeidsmarktplatform PO. De extra handen in de klas zorgen voor werkdrukvermindering en maatwerk. Uit de verkenning blijkt dat onderwijsassistenten vooral – in 92% van de gevallen – worden ingezet om leerlingen individuele begeleiding en maatwerk te kunnen bieden. Ook geven veel respondenten aan dat onderwijsassistenten ondersteuning bieden bij lesgevende taken (67%) en organisatorische taken (57%). Bij lerarenondersteuners zien we een vergelijkbaar beeld. Door de extra handen in de klas kunnen leraren zich meer concentreren op hun kernactiviteit: het geven van onderwijs. Leraren hebben hierdoor meer tijd om aandacht te besteden aan leerlingen die dat nodig hebben (77%).
Schrijf je in voor onze maandelijkse nieuwsbrief
Vul je e-mailadres in en blijf op de hoogte van ontwikkelingen in het primair onderwijs en onze publicaties, bijeenkomsten & kennissessies.