Landelijke aanpak personeelstekort
Maatregelen aanpak personeelstekortHet primair onderwijs kent een groot kwantitatief personeelstekort. De instroom van nieuwe leraren en schoolleiders is te klein om het vertrek op te vangen van collega’s die met pensioen gaan, in een andere onderwijssector gaan werken of buiten het onderwijs hun carrière vervolgen. Schoolbesturen, werkgeversorganisaties, onderwijsvakbonden, opleidingen, gemeenten en de landelijke overheid werken samen om het personeelstekort aan te pakken. Om de sector te ondersteunen bij het maken van keuzes, heeft het Arbeidsmarktplatform PO informatie verzameld over de landelijke aanpak van het personeelstekort.
Meer personeel
De landelijke en regionale aanpak van het personeelstekort in het primair onderwijs (po) bestaat uit verschillende maatregelen. Centraal in het beleid staat het werven van meer personeel. Hieronder vind je per onderwerp gegevens over het beleid, de laatste cijfers en de ontwikkelingen.
Instroom
PaboHet dashboard van Vereniging Hogescholen laat de afgelopen zes jaar een afwisselende trend zien in aantal instromers op de lerarenopleidingen. Landelijk zien we dat de instroom in de pabo in de periode 2021 tot en met 2024 met 10% is toegenomen. Dit komt neer op 526 extra pabostudenten in 2024. De pabo is daarmee nog onbetwist de grootste opleider van leraren. In 2020 was er een piek van instromers op de opleidingen. Hierdoor zijn er twee aandachtspunten wat betreft de aantallen in dat jaar: 1. de centrale eindexamens vo zijn eenmalig geschrapt vanwege het coronavirus en 2. de aanmelddeadline voor het studiejaar 2020-2021 is verplaatst wat een afwijkend aanmeldpatroon laat zien.
De voltijdsopleidingen blijven met ongeveer 81% de grootste leverancier van nieuwe leraren basisonderwijs. In 2024 koos ongeveer 16% de deeltijdopleiding, terwijl 1,6% voor de duale opleiding koos. Het aandeel pabostudenten dat een duale of deeltijdopleiding koos, is tussen 2021 en 2024 licht gedaald van 22% naar 19%. Een duale opleiding combineert werk en studie. De deeltijd- en duale opleidingen trekken veel 30-plussers die een carrièreswitch willen maken naar het onderwijs.
Over de jaren is met cijfers uit het dashboard van Vereniging Hogescholen de instroom en het bijbehorende marktaandeel bijgehouden. In 2020 was er een piek qua inschrijvingen en marktaandeel. De inschrijvingen zijn in 2024 weer toegenomen na een afname de voorgaande jaren.
Het marktaandeel van de pabo’s (als percentage van alle hbo-opleidingen) is in de periode 2021-2024 gestegen van 5% naar 5,7%. Dit komt mede doordat er in totaal minder eerstejaars waren en de instroom in de pabo licht groeide.
Keuzemotieven voor de pabo
In 2023 heeft het Arbeidsmarktplatform PO een verkenning laten uitvoeren naar de wensen en behoeften van jonge startende leraren. Uit interviews komt naar voren dat vooral intrinsieke motivatie belangrijk is voor de keuze om in het po te gaan werken, gevolgd door altruïstische motieven als kinderen kunnen helpen of van meerwaarde zijn. Ook de invloed uit de omgeving komt in dit onderzoek naar voren; als mensen in de naaste omgeving ook leraar zijn kan dit een rol spelen in de keuze om zelf ook leraar te worden.
Uitstroom – uitval en diploma’s
De afgelopen jaren is het aantal afgestudeerden van de pabo-opleiding gestegen van ongeveer 3.780 in 2019 naar 4.310 in 2023, een toename van 14%. Relatief studeren steeds meer studenten af via een duale of deeltijdopleiding. In 2023 kwam 28% van een deeltijdopleiding en 5,3% van een duale opleiding, ten opzichte van respectievelijk 20% en 1% in 2019.
Niet alle eerstejaars pabo-studenten ronden het eerste studiejaar af. Uit cijfers van de Vereniging Hogescholen blijkt dat 17% van de voltijdstudenten uit studiejaar 2024/2025 de studie na een jaar heeft verlaten. Dit aandeel is eerst gedaald van 13,5% voor studiejaar 2017/2018 tot 11% voor studiejaar 2020/2021. Hierna is het uitvalpercentage weer gestegen naar 19% voor studiejaar 2023/2024. Het percentage studenten dat drie jaar na de start van de pabo is uitgevallen, was in studiejaar 2017/2018 14% en in studiejaar 2021/2022 20%.
Tevredenheid over de pabo
Ongeveer 61% van de afgestudeerde pabostudenten kijkt met tevredenheid terug op de opleiding, zo blijkt uit de Loopbaanmonitor Onderwijs van Centerdata en MOOZ. Dat is lager ten opzichte van vorige jaren. Daarnaast is deze score lager dan de lerarenopleiding vo in het hbo. Het niveau van de opleiding en de vakinhoudelijke en vakdidactische programmaonderdelen scoren eveneens fors lager. Opvallend is dat de pabo beduidend beter scoort in het toepassen van ICT-gebruik. De tevredenheidsscore van afgestudeerden was jarenlang stabiel, maar is sinds afstudeercohort 2022 wat gedaald.
Tussen de pabo’s onderling zijn de verschillen groot. Er wordt een verband gelegd tussen de tevredenheid met de begeleiding vanuit de opleiding tijdens de eindstage en de tevredenheid over de opleiding in het algemeen. Pabo’s met een hoge tevredenheidsscore op de begeleiding scoren ook hoog op de tevredenheid met de opleiding in het algemeen.
| Tevredenheid pabo, afstudeercohort 2023 | Pabo |
| Algehele tevredenheid | 61% |
| Niveau van de opleiding | 62% |
| Voorbereiding op beroepspraktijk | 50% |
| Studiebegeleiding | 55% |
| Aanleren pedagogische/didactische vaardigheden | 61% |
| Aanleren differentiatievaardigheden | 51% |
| Aanleren onderzoekende houding | 72% |
| Niveau van de programmaonderdelen | 60% |
| Kennis opdoen over curriculum | 52% |
| Aandacht voor methode-onafhankelijk lesgeven | 55% |
| De aandacht voor basisvaardigheden in het curriculum | 72% |
| Leren gebruiken digitale (leer)middelen bij lesgeven | 56% |
Bron: Loopbaanmonitor 2024, Centerdata/Mooz
Zij-instromers
Mensen met een hbo- of wo-diploma kunnen na een assessment als zij-instromer in beroep (ZiB) voor de klas staan. Zij combineren hun baan met een verkort deeltijdtraject aan de pabo om hun bevoegdheid te halen. Dit is een belangrijke route naar het leraarsberoep. In 2023 ging de subsidie voor schoolbesturen die ZiB’ers aanstellen omhoog, om meer schoolbesturen te stimuleren zij-instromers in beroep aan te stellen. De looptijd van deze subsidie is met een jaar verlengd tot 1 januari 2026. Het Arbeidsmarktplatform PO heeft tips voor scholen opgesteld om de ZiB succesvol te maken.
Het aantal zij-instromers, officieel Zij-instromer in het Beroep (ZiB), als getoond in de Trendrapportage arbeidsmarkt leraren po, vo & mbo 2024, is tussen 2016 en 2019 rap gegroeid: in 2019 werden 853 subsidies toegekend, tegenover 19 in 2016. Hierna is het aantal zij-instromers in beroep gestagneerd en licht gedaald, tot 767 in 2021. In 2024 zijn 852 subsidies voor zij-instromers in beroep toegekend. Ten opzichte van het aantal afgestudeerden van de pabo, is het aandeel zij-instromers in beroep gegroeid van vrijwel niets naar bijna 20 procent. Daarmee is het een belangrijke route om het aantal leraren te verhogen, maar de vraag blijft groot. De stabilisatie van de groei wordt soms verklaard door het feit dat scholen niet nog meer zij-instromers in beroep kunnen begeleiden.
Motivatie
Het overgrote deel van de mensen dat die overstappen naar het onderwijs zijn intrinsiek gemotiveerd: lesgeven interessant vinden, de ontwikkeling van kinderen beïnvloeden en een bijdrage leveren aan de samenleving vormen de top drie van redenen om zij-instromer te worden. Elk van deze redenen wordt in de Loopbaanmonitor Onderwijs bij meer dan 90 procent van de deelnemers genoemd. Baanzekerheid en inkomen spelen een minder grote rol, deze twee worden door ongeveer 50 procent van de deelnemers genoemd. Hier vind je meer informatie en praktijkverhalen van zij-instromers.
Tevredenheid
Wie succesvol overstapt naar het onderwijs is over het algemeen tevreden over het traject dat zij volgen, vooral over de begeleiding op school. Goede begeleiding is erg belangrijk voor de motivatie en slagingskans. De tevredenheid over de opleiding ligt een stuk lager. Zij-instromers zijn vooral ontevreden over het gebrek aan maatwerk van de opleiding in verhouding tot hun voorkennis. Van alle zij-instromers in het onderwijs zijn die in het po het minst tevreden over hun voorbereiding op de beroepspraktijk. Vooral het lesgeven aan verschillende doelgroepen en niveaus scoort lager (39 procent) in verhouding tot zij-instromers in het mbo (46 procent). In de Loopbaanmonitor Onderwijs van Centerdata en MOOZ (2023) concluderen de onderzoekers ‘dat vooral de scholingstrajecten in het po ruimte laten voor verbetering. Er wordt weinig maatwerk geboden en in de beleving van zij-instromers niet goed aangesloten bij de beroepspraktijk.’
Een sterk punt van het po bij de begeleiding op school is dat eerst enige tijd samen met een collega wordt lesgegeven (60 procent), ten opzichte van het vo en mbo (respectievelijk 11 en 10 procent). Volgens de onderzoekers zorgt dat voor een ‘soepele entree’. Volgens de monitor is daarnaast regelmatige begeleiding door een vaste mentor of coach met feedback zeer effectief. Het po maakt daar veel gebruik van: 90 procent van de zij-instromers geeft aan dat zij ten minste drie keer zijn geobserveerd. In het vo ligt dat op 71 procent.
Uitval
Landelijke cijfers over de uitval van zij-instromers ontbreken. In de laatste Loopbaanmonitor van CentERdata en MOOZ van 2024 staat dat 4 procent daadwerkelijk voortijdig afhaakt. Dat relatief lage percentage afhakers heeft mogelijk te maken met het assessment, waar, volgens de Loopbaanmonitor Onderwijs, zij-instromers een duidelijk beeld krijgen van hun nieuwe baan en de opleiding.
Andere opleidingsroutes
De afgelopen jaren zijn er binnen het hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs nieuwe opleidingsroutes voor leraren basisonderwijs bijgekomen. Zo willen hogescholen en universiteiten meer jongeren voorbereiden op het leraarsberoep en hen een op hun belangstelling en niveau toegespitst traject aanbieden.
Academische Lerarenopleiding
In 2008 startte de eerste academische lerarenopleiding basisonderwijs aan de Universiteit Utrecht. Sindsdien zijn er nog eens vijf aan universiteiten gestart. Verder biedt de Open Universiteit de bachelor Lerarenopleiding aan en de Radboud Universiteit de bachelor Pedagogische Wetenschappen van Primair Onderwijs. Zo willen de universiteiten jongeren met een vwo-diploma een opleiding op universitair niveau aanbieden.
In september 2022 startte daarnaast de Educatieve Master Primair Onderwijs (EMPO) bij de universiteiten in Amsterdam, Rotterdam en Leiden. In een tweejarige master kunnen studenten na hun bachelor alsnog voor de master academische pabo kiezen. In de loop van de tijd blijft het aantal universitaire lerarenopleidingen primair onderwijs groeien.
Uit cijfers van Universiteiten van Nederland blijkt dat er per jaar rond de 400 tot 500 vwo’ers starten aan deze universitaire opleidingen, dat is ongeveer driekwart van de jongeren die met een academische pabo begint. De instroom is redelijk stabiel en kent weinig groei. Echter is het aantal afgestudeerden van de universitaire pabo de afgelopen jaren gedaald, van 221 in 2019 tot 181 in 2023. Het aantal afgestudeerden van PWPO is tussen 2019 en 2023 gestegen van 8 naar 22, terwijl de EMPO in 2023 de eerste 15 afgestudeerden kende.
Uit onderzoek van ECBO uit 2021 naar de positie van afgestudeerden blijkt dat slechts 3 procent van de afgestudeerden ziet dat schoolorganisaties beleid hebben om hun extra academische vaardigheden te benutten. Op basis van hun wo-opleiding komen ze ook niet in een hogere salarisschaal. Na een paar jaar heeft 25 procent van de academisch opgeleide leraren het onderwijs verlaten. Het merendeel vanwege gebrek aan loopbaanmogelijkheden.
Meerdere pabo’s hebben een eigen academische route opgezet, meestal in combinatie met een universiteit waar zij een premaster onderwijswetenschappen volgen. Studenten kunnen daarna doorstromen naar de masterstudie bij de universiteit. Een overzicht van deze opleidingen is bij het Onderwijsloket te vinden.
Combinatiestudies met pabo
De academies voor lichamelijke opvoeding (ALO) bieden een combinatiestudie aan met de pabo. Het gaat om een vijfjarig programma, waarin de studenten zowel de bachelor ALO als de bachelor leraar basisonderwijs halen. Studenten staan bij beide opleidingen ingeschreven. Een aantal hogescholen biedt daarnaast een combinatiestudie van jeugdhulpverlening of pedagogiek met de pabo aan. Ook hier halen studenten twee bachelor-diploma’s. Alle combinatieprogramma’s zijn erop gericht om studenten met een specifieke interesse meer mogelijkheden op de arbeidsmarkt te geven en de instroom naar het beroep van leraar te verhogen.
Verhogen deeltijdfactor
In het primair onderwijs wordt veel in deeltijd gewerkt. De deeltijdfactor voor leraren die in het po werken is gemiddeld 71%. Schoolleiders werken meer, de gemiddelde deeltijdfactor is 89%. Het verschil tussen de verschillende schoolsoorten in het po is gering. De verdeling over de jaren laat zien dat er wel minder leraren kleine parttime banen hebben en het aandeel fulltimers een klein beetje groeit, maar de gemiddelde deeltijdfactor schommelt al jaren rond diezelfde 71 procent. Deeltijdwerken wordt gezien als een verworvenheid, constateert het onderzoek De(el)tijd zal het leren. Het is voor veel mensen een bewuste persoonlijke keuze, waar maar moeilijk verandering in aan te brengen valt. In de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA 2024) vindt 95 procent van de leraren in het po de mogelijkheid om in deeltijd te werken (heel) belangrijk.
In het rapport Waardevol werk: publieke dienstverlening onder druk adviseerde de Sociaal Economische Raad (SER) in februari 2023 een reeks van maatregelen om voldoende mensen voor de publieke sector te behouden of te werven. De grootste winst zit volgens de SER in de stap naar uitbreiding van contracten. Veel mensen willen namelijk best langer werken, maar worden daar niet om gevraagd of gestimuleerd. Beter personeelsbeleid is daarom een vereiste. Om meer uren per week te werken zijn vooral slimmer organiseren van schooltijden en verlofregelingen nodig, die combinatie zorg, thuis en werk makkelijker maken. ‘Het terugdringen van de werkdruk is daarin een belangrijk aandachtspunt, want voor veel medewerkers is dat een van de redenen om in deeltijd te gaan werken’, schrijft de SER in het rapport. Voor de overheid ligt er de aanbeveling om het toeslagenstelsel te veranderen en goedkope kinderopvang aan te bieden.
Wat opvalt in het onderzoek Urenuitbreiding in het primair onderwijs van het platform Het Potentieel Pakken, is dat schoolorganisaties niet genoeg alert zijn om werk te maken van urenuitbreiding. Vaak vindt het gesprek over de aanstellingsomvang niet plaats, terwijl leraren daar best belangstelling voor hebben. Bij leraren leven – volgens het rapport onterechte – beelden dat meer werken niet loont of flexibiliteit niet mogelijk is.
Uit het onderzoek Deeltijdwerken in het primair onderwijs van het Arbeidsmarktplatform PO blijkt dat er een aantal (beïnvloedbare) factoren zijn die de contractomvang van leraren in het primair onderwijs bepalen:
- Cultureel maatschappelijke normen (sociale normen)
- Organisatorische factoren (hoe is het werk georganiseerd?)
- Landelijk beleid en institutionele factoren
- Levensfaseafhankelijke factoren
In gesprekken met deeltijdwerkers is het belangrijk dat deze factoren aan de orde komen. Schoolleiders hebben met name invloed op de organisatorische factoren en de wijze waarop zij het gesprek aangaan met leraren. Aan de slag met dit thema? Bekijk de infographic met tips en informatie.
Uit de Loopbaanmonitor 2024 van Mooz en Centerdata blijkt dat van pas afgestudeerde leraren 47% een voltijdbaan heeft. Dit is geen grote wijziging ten opzichte van 45% in 2018. Daarnaast heeft nog een grote groep van 29% een aanstelling van 24-36 uur.
De voorwaarden die pabo-afgestudeerden aangeven om meer te werken, zijn door de salarisverbeteringen en de werkdrukmaatregelen flink veranderd. Nu werkgevers steeds vaker een vast contract aanbieden, is het belang daarvan flink gedaald. De behoefte aan meer ruimte voor eigen ontwikkelingen is daarentegen toegenomen. Nog steeds zijn een beter salaris en minder werkdruk de belangrijkste voorwaarden, maar deze scoren zichtbaar lager dan een jaar geleden.
Top 5 voorwaarden voor deeltijders om meer te werken
| Salarisverbetering | 52% |
| Duidelijke afspraken over werkbelasting | 42% |
| Voldoende inwerktijd/begeleiding | 25% |
| Vast contract | 23% |
| Mogelijkheid tot combinatie met zorg voor anderen en/of studie | 23% |
Bron: Loopbaanmonitor 2024, Mooz/Centerdata,
Stille reserve
Veel mensen met een po-lesbevoegdheid zijn in de loop der jaren buiten het onderwijs gaan werken. Economievakblad ESB berekende met CBS-data hoe groot de stille reserve is. De onderzoekers beschrijven dat er tussen 2000 en 2020 95.319 mensen zijn die een pabo-diploma hebben gehaald. Van deze groep werkte ongeveer 34.000 mensen (36%) niet als leraar in het basisonderwijs, de stille reserve. Dat betekent niet dat hiervan geen mensen in het onderwijs werken: de grootste groep binnen de stille reserve (44%) werkt in een andere functie in het onderwijs, bijvoorbeeld als schoolleider of in het vo of mbo. Van de stille reserve met een po-lesbevoegdheid werkt 12% in de zorg, een andere tekortsector. ESB stelt dat het niet wenselijk is om voormalig leraren uit andere tekort (onderwijs)sectoren naar het po te halen. De rest van de mensen in de stille reserve werkt als zelfstandige (9%), in een andere sector (17%) of werkt niet (19%). VfPf helpt mee om de stille reserve in de WW weer te activeren door mensen die hun baan in het primair onderwijs zijn kwijtgeraakt te ondersteunen met re-integratie.
Regionale samenwerking in onderwijsregio’s
In 2022 zijn er 29 onderwijsregio’s gestart, en na de subsidie Landelijk dekkend netwerk is dit uitgegroeid tot 50 onderwijsregio’s. Het idee is om regionaal samen te werken aan werving, opleiding en behoud van personeel. De personeelstekorten worden geprobeerd terug te dringen door gezamenlijk te werken. Ook wordt er gewerkt aan een aantrekkelijke onderwijsmarkt. Voor meer informatie, zie de website van de onderwijsregio’s.
In juni 2025 is het Eerste tussenrapport evaluatie onderwijsregio’s gepubliceerd door Berenschot. Hierin beschrijven de onderzoekers hoe de totstandkoming van het netwerk van onderwijsregio’s is verlopen. Er worden ook activiteiten voor werving en matching toegelicht. Zo is er aandacht voor informatievoorziening, regionale loketten, gezamenlijke arbeidsmarktcampagnes en strategische personeelsplanning. Hierbij is er ook specifiek aandacht voor zij-instromers en herintreders.
Er is medio 2025 een meerjarige subsidie voor de onderwijsregio’s gepubliceerd, met een looptijd van begin 2026 tot eind 2029. Deze subsidie is om hun activiteiten op het gebied van werven, matchen, opleiden, begeleiden en professionaliseren van onderwijspersoneel te ontwikkelen.
Onderwijsakkoord ‘Samen voor het beste onderwijs’
In 2022 hebben onderwijsministers, werkgevers in het po en vo, werknemersorganisaties en lerarenopleidingen gezamenlijk het onderwijsakkoord ‘Samen voor het beste onderwijs’ opgesteld. Het belangrijkste doel is om samen te zorgen voor een goed werkende onderwijsarbeidsmarkt. De maatregelen richten zich op het verhogen van de instroom en onderwijskwaliteit, het verhogen van de zij-instroom, leraren en schoolleiders, het behoud van personeel door professionalisering en strategisch personeelsbeleid, en het anders omgaan met personeelstekorten.
Subsidies voor meer leraren
Er zijn meerdere subsidies voor het aantrekken van meer leraren, zie hiervoor ook het overzicht van https://www.aanpaklerarentekort.nl/lerarentekort/aanpak. Deze subsidies kunnen of door studenten en/of door schoolbesturen worden aangevraagd.
- Zij-instromers: zowel studenten als schoolorganisaties kunnen voor dit traject een subsidie aanvragen. Deze subsidie loopt tot 1 januari 2029
- Onderwijsassistenten en leraarondersteuners: deze subsidie is voor onderwijsassistenten en leraarondersteuners die een bekostigde opleiding tot leraar (gaan) volgen. De aanvraagperiode loopt tot oktober 2026.
- Statushouders: de regeling is beschikbaar voor statushouders en Oekraïense ontheemden met een in Nederland geldende onderwijsbevoegdheid. Deze regeling loopt tot en met juli 2027.
Schrijf je in voor onze maandelijkse nieuwsbrief
Vul je e-mailadres in en blijf op de hoogte van ontwikkelingen in het primair onderwijs en onze publicaties, bijeenkomsten & kennissessies.