Landelijke aanpak personeelstekort
Maatregelen aanpak personeelstekortHet primair onderwijs kent een groot kwantitatief personeelstekort. De instroom van nieuwe leraren en schoolleiders is te klein om het vertrek op te vangen van collega’s die met pensioen gaan, in een andere onderwijssector gaan werken of buiten het onderwijs hun carrière vervolgen. Schoolbesturen, werkgeversorganisaties, onderwijsvakbonden, opleidingen, gemeenten en de landelijke overheid werken samen om het personeelstekort aan te pakken. Om de sector te ondersteunen bij het maken van keuzes heeft het Arbeidsmarktplatform PO informatie verzameld over de landelijke aanpak van het personeelstekort.
Verbeteren arbeidsvoorwaarden
De landelijke aanpak van het personeelstekort in het primair onderwijs bestaat uit verschillende maatregelen. Een hoger salaris, meer carrièremogelijkheden en ruimte voor professionalisering kunnen de aantrekkelijkheid van het beroep vergroten. Het beleid, plus feiten en cijfers over arbeidsvoorwaarden vind je hieronder.
Salarisverschillen po en vo gelijkgetrokken
Salaris en stagevergoedingIn 2022 zijn de salarisschalen in het primair onderwijs (po) gelijkgetrokken met die van het voortgezet onderwijs (vo), waardoor de loonkloof tussen beide sectoren is verdwenen. Voor leraren in het basis- en speciaal onderwijs betekende dit een aanzienlijke salarisverbetering. Leraren in het primair onderwijs (waaronder het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal (voortgezet) onderwijs) verdienen tussen de €4.000 en €8.300 gemiddeld op voltijdsbasis. Het vakantiegeld en een eindejaarsuitkering vallen hier ook onder. Het gemiddelde salaris komt uit op €6.100 per maand, zie hiervoor de salaristabellen uit de cao 2024-2025.
In het onderzoek Leraren maken qua salaris een vliegende start van SEO Economisch Onderzoek wordt de vergelijking gemaakt tussen het uurloon van pabo-afgestudeerden en overige hbo-afgestudeerden. Hieruit blijkt dat het uurloon van de pabo-afgestudeerden na één jaar 13% hoger ligt dan van de overige-hbo afgestudeerden.
In het Onderhandelaarsakkoord CAO PO 2025-2027 staat dat medewerkers in het primair onderwijs een salarisverhoging van in totaal 5,8% krijgen tijdens de looptijd van de nieuwe cao. Download hier de CAO PO-app voor Android of iOS.
Stagevergoeding
In het onderhandelaarsakkoord voor de cao 2025–2027 is opnieuw aandacht besteed aan stagevergoedingen. Hierin is vastgelegd dat schoolorganisaties zich inzetten om dezelfde bedragen als in het voortgezet onderwijs toe te passen. Als er niet genoeg financiële middelen voor zijn, volstaat de helft van de vergoeding.
Uit de Loopbaanmonitor 2024 van Centerdata blijkt dat een kwart van de afgestudeerden tijdens hun eindstage of LIO-stage geen stagevergoeding heeft ontvangen. Van de 75% afgestudeerden die wél een vergoeding kregen, wist 36% niet of de vergoeding overeenkwam met de cao-afspraken, ontving 26% een bedrag conform de cao 2024-2025, kreeg 9% een bedrag lager dan dat en kreeg 4% juist meer dan het cao bedrag.
Vaste en tijdelijke contracten
De Arbeidsmarktanalyse primair onderwijs 2025 beschrijft op basis van DUO-data de ontwikkelingen omtrent vaste en tijdelijke contracten. Het aandeel vaste contracten is in 2024 licht gestegen onder leraren en oop’ers. Van de medewerkers in de directie heeft 90,6% een vast contract, van de leraren heeft 90,3% dat en onder oop’ers heeft 79,6% een vast contract. Startende leraren krijgen vaker direct een vast contract, in 2017 lag dit op 14% en in 2024 is dit gestegen naar 46%. Het aandeel vaste contracten ligt in het primair onderwijs (gemiddeld 87%) hoger dan in het voortgezet onderwijs en mbo (beide 81%), blijkt uit de Trendrapportage Arbeidsmarkt Leraren po, vo en mbo 2024.
In Leraren maken qua salaris een vliegende start wordt beschreven dat 73% van het laatste cohort pabo-afgestudeerden (2021-2022) na één jaar een vaste baan heeft, waar afgestudeerden van andere hbo-opleidingen dit voor 49% hebben. Dit is een omslag vergeleken met tien jaar geleden, toen juist de overige hbo-afgestudeerden juist eerder een vast contract hadden.
Loopbaanmogelijkheden
Functiemix
Een functiemix geeft leraren de mogelijkheid om met een combinatie van functies door te groeien in het werk. De database van het ministerie van OCW toont dat de meeste leraren in het basisonderwijs (70%) in schaal LB zitten. In het speciaal basisonderwijs zit de grootste groep leraren in de schaal LC (84%). Deze verhouding van de functiemix is al jaren zeer stabiel, toch is er tussen 2018 (0,8%) en 2024 (5,3%) een toename van medewerkers in het speciaal basisonderwijs in schaal LB.
Wie in LB wordt ingeschaald geeft voornamelijk les en kan daarnaast nog een specialisme hebben, zoals remedial teaching of intern begeleider. Ongeveer een derde van de leraren zit in schaal LC, en houdt zich naast lesgeven ook bezig met beleidsvorming, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijsvernieuwing. Leraren speciaal onderwijs worden ingeschaald in LC. Wie werkt op bovenschools niveau aan visievorming en onderwijsontwikkeling komt meestal in LD terecht. Via bijscholing kunnen leraren binnen hun schoolsoort op die manier een carrièrestap maken.
Perspectieven
Op de website www.loopbaanlerarenpo.nl/perspectieven/ zijn er zes perspectieven uitgewerkt waar een leraar aan kan denken in haar of zijn carrière:
- Van beginner naar expert
- Switch van school en specialisatie
- Naar een flexibele loopbaan
- Andere taken en rollen
- Groei naar leiderschap
- Mijn bereik vergroten
Leraren, HR-professionals en leidinggevenden kunnen op de website inspiratie en handreikingen vinden om hiermee aan de slag te gaan.
Professionalisering
Het bijhouden van het vak, nieuwe inzichten opdoen bij een cursus of een vervolgstudie – kortweg professionalisering – is essentieel voor de kwaliteit én het behoud van leraren en schoolleiders. De afgelopen jaren zijn er daarom steeds meer mogelijkheden gekomen voor cursussen en opleidingen.
Lange tijd was er in het primair onderwijs relatief weinig ruimte om een cursus of opleiding te volgen. Dat veranderde radicaal met de introductie van de Lerarenbeurs in 2018; aanvankelijk bedoeld voor uitgebreidere cursussen zoals een masterstudie, waarbij zowel de opleiding als vervanging werd geregeld. Later zijn ook kortere opleidingen aan het palet toegevoegd. Het aantal afspraken in de cao over financiering of tijd voor bijscholing is ook toegenomen.
In het onderhandelaarsakkoord klinkt de oproep aan werkgevers en professionals om voldoende tijd voor professionele ontwikkeling vrij te blijven maken. Het individuele PDI-budget wordt per 1 augustus 2026 verhoogd naar €555 per jaar en het professionaliseringsbudget directie gaat naar €3.330 per jaar. Een toevoeging daarnaast is ook dat de momenten waarop gezamenlijke professionalisering plaatsvindt in het werkverdelingsplan worden opgenomen.
De AOb heeft de belangrijkste beurzen en regelingen toegelicht op hun website: https://www.aob.nl/onderwijstips/professionalisering-fonds/
Nationale Aanpak Professionalisering Leraren (NAPL)
Begin 2024 is de Nationale Aanpak Professionalisering Leraren (NAPL) gestart. Deze aanpak, gefinancierd uit het Nationaal Groeifonds, heeft een looptijd van tien jaar en richt zich op het versterken van de kwaliteit van leraren door te investeren in vier pijlers: landelijke ontwikkelpaden, een digitaal platform voor professionaliseringsaanbod, co-creatielabs binnen de onderwijsregio’s en een systeem van kwaliteitsborging. Het doel is om het beroep van leraar aantrekkelijker te maken door professionele ontwikkeling mogelijk te maken en te ondersteunen.
Deelname scholingsactiviteiten
De deelname aan scholingsactiviteiten is hoog, zo blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsmarktomstandigheden 2024 – Sector onderwijs. Uit deze enquête blijkt dat het management het vaakst een opleiding of cursus heeft gevolgd in de afgelopen twee jaar, gevolgd door de leraren en tot slot het ondersteunend personeel.
Tabel 1. Deelname aan cursus of opleiding in de afgelopen twee jaar (naar functie)
| Management | 86% |
| Leraren | 78% |
| Ondersteunend personeel | 69% |
Bron: TNO & CBS (2025)
Op de vraag wat het belangrijkste doel van deze opleiding of cursus was, kwam voornamelijk (73,2%) het antwoord ‘Mijn huidige werk beter te kunnen doen’ (het gemiddelde in de sector primair onderwijs). Hierop volgt de reden ‘Om te kunnen gaan met toekomstige veranderingen in mijn baan’ met 16,2% en tot slot ‘Mijn kansen op werk in de toekomst te vergroten’ met 10,6%.
Op de vraag of men op dit moment behoefte aan een opleiding heeft reageert iets meer dan de helft (57,2%) dat zij geen behoefte hebben aan een opleiding of cursus. 24,2% van de mensen reageert hierop van wel, met de reden om het huidige werk beter te kunnen doen. Een kwart van de mensen wil een opleiding of cursus volgen voor toekomstige veranderingen in de baan of de kans op werk in de toekomst te vergroten.
Soorten scholingsactiviteiten
In de Staat van het Onderwijs 2024 is eenmalig extra uitgevraagd aan welke formele activiteiten leraren hebben deelgenomen in de afgelopen 1,5 jaar. Hier zijn vier verschillende activiteiten voor uitgesplitst:
Tabel 2. Percentage deelname formele professionele scholingsactiviteit in het po
| Opleiding gericht op behalen van onderwijsbevoegdheid | 4,8% |
| Cursussen/nascholing individueel | 78,7% |
| Cursussen/nascholing in teamverband (bv. studiedag) | 98,1% |
| Onderwijsconferentie of -seminar | 34,7% |
Bron: De Staat van het Onderwijs 2024
Professionalisering in de cao
In de cao primair onderwijs zijn bestaande en nieuwe afspraken opgenomen over professionalisering. Deze zijn voor leraren onder meer:
- Beleid: de school maakt in overleg met het personeelsdeel van de medezeggenschapsraad een professionaliseringsbeleid. Dit beleid wordt jaarlijks door de werkgever geëvalueerd.
- Verplichte scholing: de kosten – cursusgeld, materiaal en reiskosten – voor opgedragen scholing worden vergoed. Deze activiteiten vinden plaats binnen de overeengekomen arbeidsomvang van de werknemer.
- Individuele ontwikkelingsbehoeften: Naast opgedragen professionalisering, maken werknemer en werkgever jaarlijks afspraken over professionalisering en duurzame inzetbaarheid (PDI) aansluitend bij de individuele behoefte van de werknemer. Leerkrachten krijgen hiervoor (bij een fulltime baan) 123 uur en financieel 500 euro per jaar. Met ingang van 1 januari 2025 bedraagt dit budget 525 euro per jaar. Het budget kan maximaal drie jaar worden gespaard.
- Basisvaardigheden: het ministerie van OCW trekt vanaf 2022 extra geld uit voor cursussen voor basisvaardigheden en herziening van het curriculum. In totaal gaat het om 65 miljoen euro. De uitwerking daarvan volgt later in de cao.
- Gesprekkencyclus: Werkgevers voeren periodiek gesprekken met werknemers over hun taken en professionele ontwikkeling. Tijdens deze gesprekken reflecteren werkgever en werknemer op de ondernomen activiteiten in het kader van professionalisering en duurzame inzetbaarheid (PDI)
Schrijf je in voor onze maandelijkse nieuwsbrief
Vul je e-mailadres in en blijf op de hoogte van ontwikkelingen in het primair onderwijs en onze publicaties, bijeenkomsten & kennissessies.