Aan de slag

Er zijn verschillende manieren om aan de slag te gaan met duurzame inzetbaarheid. Op deze pagina noemen we een aantal instrumenten die je hierbij kunt gebruiken.

FIT-gesprek

Medewerkers die in hun kracht worden gezet, blijven langer en met meer plezier werken. Wat heeft een medewerker daarvoor nodig? Een middel om daarachter te komen, is het FIT-gesprek tussen leidinggevende en medewerker. De letters in FIT staan voor: Functioneren, Inzetbaarheid en Toekomst/Talent. In een FIT-gesprek bespreek je de onderwerpen:

  1. Autonomie (mogelijkheid om te doen waar je goed in bent);
  2. Duurzame inzetbaarheid (de capaciteiten ontwikkelen om goed te blijven in je vak);
  3. Vitaliteit (energiek en gezond);
  4. Werkgeluk (de werkzaamheden waar je plezier uit haalt en energie van krijgt).

Kenmerkend voor het FIT-gesprek is een open, waarderende dialoog. Waar is de medewerker trots op en waar zou die meer van willen? Je werkt dus niet met een afvinklijstje, maar voert echt het gesprek over wat de medewerker bezighoudt en waar die energie van krijgt.

Voorwaarde voor een goed FIT-gesprek is dat de medewerker de motivatie (willen) en bekwaamheden (kunnen) heeft en de mogelijkheden (mogen) krijgt om daadwerkelijk aan de slag te gaan. Deze drie voorwaarden zijn ook terug te zien in het AMO-model: de wetenschappelijk onderbouwde gedachte dat Abilities (bekwaamheden), Motivation (drijfveren en motivatie) Opportunities (kansen) samen leiden tot prestaties. Het AMO-model is gebaseerd op drie vragen: wat kan een medewerker wat wil de medewerker en welke ondersteuning en randvoorwaarden zijn daarvoor nodig? Daarmee is het model een middel om de betrokkenheid van medewerkers te vergroten.

Dialooggesprek

Het dialooggesprek tussen leidinggevende en medewerker is essentieel als het gaat om duurzame inzetbaarheid. Iedere schoolorganisatie heeft oog voor activiteiten die bijdragen aan de sociale veiligheid en veilig werken. Om de balans tussen werk en privé of werkbelasting en belastbaarheid weer in evenwicht te krijgen, kunnen er afspraken over minder werken of afwisseling van taken gemaakt worden. Ook het bespreken van wat de medewerker stress oplevert, kan bijdragen aan het voorkomen van zowel lichamelijke als fysieke klachten. In het dialooggesprek met hun leidinggevende krijgen de medewerkers de mogelijkheid om hun wensen en behoeften te bespreken. De afspraken die gemaakt worden, zijn maatwerk. Er is geen ’one size fits all aanpak. Het dialooggesprek vindt continu plaats omdat deze wensen en behoeften kunnen veranderen.

Betrokkenheid

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft vanuit de campagne duurzame inzetbaarheid een aantal hulpmiddelen gepubliceerd die kunnen helpen met het bevorderen van betrokkenheid vanuit medewerkers. SZW geeft aan dat mensen meer plezier in hun werk krijgen als ze het gevoel hebben dat hun werk zinvol is en als ze betrokken zijn bij elkaar, het werk en bij de organisatie. Hierdoor leveren ze betere prestaties en zijn ze minder vaak ziek. Onderstaand zijn een aantal hulpmiddelen uitgelicht. Zie voor meer informatie en het volledige overzicht de website van het ministerie van SZW

Cao-afspraken

Cao-afspraak duurzame inzetbaarheid primair onderwijs

In de cao-po staat in hoofdstuk 8A dat elke werknemer recht heeft op een aantal uren voor duurzame inzetbaarheid naar rato van het dienstverband. En dat de werkgever jaarlijks voorafgaand aan de zomervakantie overleg voert over de besteding van deze duurzame inzetbaarheidsuren. Niet de besteding van deze uren zou centraal moeten staan in het gesprek, maar wat de medewerker nodig heeft om vitaal, energiek en met plezier naar het werk te blijven gaan.