De medewerkersreis: hoe vind en behoud je personeel voor het onderwijs? Een terugblik op de RAP-bijeenkomst

Het lerarentekort loopt verder op. Scholen vissen in dezelfde, kleine vijver. Tijdens de online RAP-bijeenkomst op 10 november deelden vertegenwoordigers uit verschillende RAP-regio’s hun ervaringen met het aantrekken en behouden van onderwijspersoneel. Heb je het gemist? Lees de terugblik hieronder.

Hoe vind en behoud je personeel voor het onderwijs? De RAP-bijeenkomst stond in het teken van de medewerkersreis. Want juist in tijden van personeelstekorten is het belangrijk om hier aandacht voor te hebben. Hoe kom je in contact met potentiële medewerkers en hoe zorg je dat de reis voor hen vanaf de start helder is en in duidelijke stappen verloopt? Esther Luiting, projectleider van Flevowijs, vertelde over hun samenwerking met het UWV. Jens Favier, adviseur bij het landelijke Onderwijsloket, nam ons mee in de reis die mensen maken als zij willen overstappen naar het onderwijs.

Flevowijs werkt samen met het UWV om onderwijspersoneel te werven

In Flevoland is met RAP-subsidie Flevowijs opgezet, een regionaal samenwerkingsplatform van 21 schoolbesturen in het po, vo en mbo. Flevowijs richt zich op het werven en behouden van onderwijspersoneel en werkt daarbij nauw samen met gemeenten en het UWV. ‘Het UWV kijkt als een sparringpartner met ons mee naar de arbeidsmarktontwikkeling’, aldus Esther Luiting, programmaleider lerarentekort bij Flevowijs. ‘Wij hebben korte lijnen en stemmen de wederzijdse verwachtingen af. We betrekken het UWV in al onze campagnes.’ Via webinars en fysieke bijeenkomsten voor zij-instromers promoot Flevowijs zowel de regio als het vak. Tijdens meeloopdagen kunnen potentiële zij-instromers kennismaken met het onderwijs. Verder organiseert Flevowijs opleidingen voor coaches, schoolleiders en IB’ers. Esther: ‘Wij zetten fors in op de begeleiding van nieuwe mensen om te voorkomen dat ze al in de beginfase afbranden en het onderwijs verlaten.’

Ondanks alle activiteiten loopt, net als op landelijk vlak, het aantal zij-instromers zowel kwalitatief als kwantitatief terug. Een maatwerktraject van Flevowijs voor statushouders was bijvoorbeeld geen onverdeeld succes. Esther: ‘In het primair onderwijs vormt taalkennis een groot risico. Binnen het vo waren er wel een aantal succesvolle trajecten op tweetalige scholen, waarbij statushouders zijn begonnen aan het zij-instroomtraject.’ Steeds meer scholen in Flevoland krijgen de formatie niet rond. Het anders organiseren van onderwijs via de inzet van technologie, het uitbreiden van bevoegdheden en functiedifferentiatie wordt daarom steeds belangrijker. Het aanbieden van pedagogiekmodules aan bijvoorbeeld zij-instromers is in dit kader wel belangrijk om de kwaliteit van onderwijs te waarborgen.’

De medewerkersreis van het Onderwijsloket

Jens Favier is adviseur bij het landelijk Onderwijsloket dat in 2020 van start ging op initiatief van de Vereniging Hogescholen en Universiteiten van Nederland. Het Onderwijsloket adviseert mensen die willen overstappen naar het onderwijs (po, vo en mbo). Dit gebeurt via de website, digitale evenementen, e-mail en telefoon. Op www.onderwijsloket.nl is een kennisbank met artikelen te vinden, een onderwijsnavigator en binnenkort ook een interactieve tool met alle routes naar een baan in het onderwijs. De afgelopen jaren heeft het Onderwijsloket stevige banden opgebouwd met regionale onderwijsloketten.

Om mensen voor het onderwijs te motiveren én te behouden, adviseerde Jens oog te hebben voor de ‘medewerkersreis’. De stap naar het onderwijs begint bij interesse waarna iemand zich onder meer gaat oriënteren op opleidingsroutes. Lokale loketten kunnen in deze fase meeloopdagen aanbieden om kandidaten te laten ervaren wat onderwijs is. Besluit iemand vervolgens de overstap te maken, dan kan het loket helpen om een match te vinden met een opleiding of school. De kandidaat bereidt zich voor door bijvoorbeeld de toelatingstoetsen voor de Pabo te doen. Hierna gaat diens onderwijsloopbaan van start.

Uit cijfers van het afgelopen jaar concludeert Jens dat er nog veel mensen zijn die willen overstappen, maar dat lang niet iedereen het eindpunt bereikt. Van (potentiële) overstappers kreeg het Onderwijsloket een aantal knelpunten teruggekoppeld. Zo worden overstappers bij het begin van de reis overweldigd door informatie en missen zij één centraal aanspreekpunt tijdens de gehele reis bij een regionaal loket. Ook kunnen overstappers niet overal ervaren hoe het is om in het onderwijs te werken. Niet alle scholen bieden meeloopdagen aan. Er is onduidelijkheid over de eisen waaraan onderwijsondersteunend personeel (OOP) moet voldoen én de waarde van opleiding en vaardigheden. Mensen met veel werkervaring op hbo-niveau maar zonder hbo-bachelor kunnen niet aan het zij-instromertraject beginnen en breken de reis af. Volgens Jens gaat het om een grote groep die niet hiermee niet een kans krijgt.

Anders organiseren met oog voor kwaliteit van onderwijs

De deelnemers aan de RAP-bijeenkomst wisselden van gedachten over de ervaringen van Flevowijs en het Onderwijsloket. Daarbij rees de vraag wat het met de kwaliteit van het onderwijs doet als onderwijsassistenten steeds breder worden ingezet of steeds vaker anders bevoegden voor de klas staan. Leidt dit niet tot degradatie van het vak? Esther Luiting beaamde dat dit effecten kan hebben. ‘Maar in Flevoland zijn de tekorten dermate hoog dat we wel móeten. Je kunt niet anders als je onvoldoende bevoegden hebt. Wij delen dit ook met de Onderwijsinspectie.’ Is een hbo-bachelor wérkelijk nodig om leraar te kunnen worden of is hbo werk- en denkniveau ook voldoende basis? Maar uit de discussie bleek ook dat je het vak niet moet onderschatten. Een deelnemer uit de RAP-regio Zwolle/Achterhoek noemde het ‘logisch’ dat aan het lerarenvak eisen worden gesteld. ‘Sterker nog: wijzelf screenen dit vooraf.’

Aandacht voor het behoud van de zij-instromers

Verder zijn de budgetten voor het bereiken en opleiden van zij-instromers vaak te klein. Ook de opleiding voor zij-instromer zelf kan beter. In Limburg is het zij-instroomtraject vorig jaar stopgezet. Volgens de Limburgse RAP-projectleider behaalden té weinig mensen hun diploma. ‘Wij maken ons meer zorgen over het uitvalpercentage tijdens de opleiding dan over het aantal mensen dat in het onderwijs wil werken. Hierover zijn we in gesprek met opleidingsinstituten.’ De redenen van uitval zijn volgens een deelnemer divers. Van ‘te moeilijk’ tot ‘niet combineerbaar met werk- en privéleven’ en alles wat daartussen zit. Ook wordt leraarschap vaak onderschat. ‘Wat we verder zien is dat zij-instromers vanwege vooroordelen niet altijd de kans krijgen om écht leraar te worden. Dit geldt ook voor schooldirecteuren die niet uit het onderwijs komen. Zij hebben het vaak moeilijk, terwijl ze voor de sector misschien wel een zegen zijn.’

Ook het imago van de leraar kwam tijdens de discussie aan de orde. Dat is in Nederland minder sterk dan in sommige andere landen. Er zou ook meer verbondenheid moeten komen tussen de medewerkersreis en leraren. Het eigenaarschap ligt nu voornamelijk bij schoolbesturen en HR-afdelingen, terwijl leraren zelf de beste ambassadeurs zijn. Een tip om meer pabostudenten te behouden voor het onderwijs: laat ze zélf bepalen waar ze stage lopen in plaats van dit op te leggen.

Vervolg op RAP?

Ondertussen wachten velen op de plannen van het ministerie van OCW als vervolg op de RAP-subsidies. Het debat hierover in de Tweede Kamercommissie voor Onderwijs is uitgesteld naar 15 december. Wanneer de plannen bekend zijn, stuurt Het Arbeidsmarktplatform Primair Onderwijs een nieuwsflits naar de RAP-projectleiders.

Bericht

Heb jij een vraag?

Is iets niet helemaal duidelijk of kan je iets niet vinden. Neem contact met ons op via de contactpagina.