Rotterdam

Regionale arbeidsmarktanalyse primair onderwijs 2021

De arbeidsmarkt in het primair onderwijs is de afgelopen jaren in een rap tempo veranderd. Jaren geleden was het voor (startende) leraren nog moeilijk om een baan in de sector te vinden. Die tijd is voorbij: de sector heeft te maken met een tekort aan personeel. De personeelstekorten in de sector zijn een groot en groeiend probleem. Toch zal niet elke regio in dezelfde mate te maken krijgen met dit tekort. De arbeidsmarkt in het primair onderwijs heeft namelijk een sterk regionaal karakter, waardoor ontwikkelingen in verschillende regio’s niet per definitie hetzelfde zullen zijn. Voor scholen en schoolbesturen is het daarom belangrijk een goed beeld te hebben van de arbeidsmarkt in hun regio.

Om de sector hierin te ondersteunen, heeft het Arbeidsmarktplatform PO achttien regionale arbeidsmarktanalyses opgesteld. In de analyses worden cijfermatige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in het primair onderwijs per regio in kaart gebracht en toegelicht. Op deze pagina vind je de resultaten voor de gemeente Rotterdam. Ben je geïnteresseerd in een andere regionale arbeidsmarktanalyse? Via het drop-down menu kun je eenvoudig een andere regio bekijken.

Selecteer regio

Ontwikkeling aantal leerlingen

De ontwikkeling van het aantal leerlingen is van belang voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de sector. De afgelopen jaren werden veel regio’s in Nederland geconfronteerd met dalende leerlingaantallen. Tussen 2016 en 2020 nam het aantal leerlingen in de sector met 2,4 procent af, tot zo’n 1.492.000 leerlingen. In tegenstelling tot het landelijke beeld zien we in Rotterdam in deze periode juist een stijging van het aantal leerlingen, in totaal met een half procent.

Figuur 1: Ontwikkeling aantal leerlingen en prognose basisgeneratie Bron: DUO en Scenariomodel PO
Figuur 1: Ontwikkeling aantal leerlingen en prognose basisgeneratie
Bron: DUO en Scenariomodel PO

De komende jaren zal het aantal leerlingen in Nederland naar verwachting verder afnemen. Tussen 2019 en 2024 daalt de basisgeneratie[1] voor het primair onderwijs naar verwachting met zo’n 3,5 procent. In Rotterdam wordt de komende jaren juist een stijging verwacht, van bijna 57.140 kinderen in 2019 tot ruim 59.320 kinderen in 2024. Dit komt neer op een stijging van 3,8 procent.

[1] De basisgeneratie voor het primair onderwijs bestaat uit de bevolking van 4 t/m 12 jaar, waarbij de 12-jarigen voor 30 procent meetellen. De basisgeneratie biedt meer inzicht in het verwachte aantal leerlingen in een regio.

Figuur 2: Samenstelling personeel naar functie (in fte), 2020
Figuur 2: Samenstelling personeel naar functie (in fte), 2020
Bron: DUO
Leeftijdsverdeling personeel

De vraag naar onderwijspersoneel wordt niet alleen bepaald door de ontwikkeling van het aantal leerlingen. Ook de uitstroom van personeel, onder andere naar pensioen, speelt een belangrijke rol. Het personeel kan ook meer of minder gaan werken of een andere functie binnen de sector gaan vervullen.

Figuur 3: Samenstelling personeel naar leeftijd (in fte), 2020 Bron: DUO
Figuur 3: Samenstelling personeel naar leeftijd (in fte), 2020
Bron: DUO

De leeftijdsopbouw van het personeel geeft een indicatie van de verwachte uitstroom naar pensioen. Gemiddeld is ruim 24 procent van het personeel in het primair onderwijs (in fte) 55-plus. In Rotterdam is een iets kleiner deel van het personeel 55-plus: ruim 23 procent. Net zoals in Nederland, is in Rotterdam vooral onder het directiepersoneel een relatief groot aandeel 55-plussers werkzaam: bijna 33 procent in 2020. Ter vergelijking: van alle leraren is ruim 21 procent 55-plus en van al het ondersteunend personeel ruim 26 procent. In totaal is ruim 32 procent van het personeel in Rotterdam jonger dan 35 jaar. In Rotterdam is het grootste aandeel 35-minners werkzaam als leraar (bijna 35 procent).

Figuur 4: Samenstelling personeel naar type contract (in fte), 2020
Figuur 4: Samenstelling personeel naar type contract (in fte), 2020
Bron: DUO
Aanstellingsomvang

Een aanzienlijk deel van het personeel in het primair onderwijs werkt in een deeltijdbaan. Zo’n 8 procent heeft een aanstelling van 0 – 0,5 fte. Daarnaast werkt ongeveer een derde van het onderwijspersoneel op basis van een aanstelling van 0,5 – 0,8 fte, terwijl bijna 58 procent meer dan 0,8 fte werkt. In Rotterdam ligt het aandeel dat meer dan 0,8 fte werkt met zo’n 66 procent hoger. Ook zien we verschillen naar functie: leraren en ondersteunend personeel werken relatief vaak in een deeltijdbaan, terwijl directiepersoneel vaak werkt op basis van een aanstelling van meer dan 0,8 fte. Dit beeld zien we zowel in Rotterdam als in Nederland.

Figuur 5: Samenstelling personeel naar aanstellingsomvang (in fte), 2020
Figuur 5: Samenstelling personeel naar aanstellingsomvang (in fte), 2020
Bron: DUO
Figuur 6: Ontwikkeling werkgelegenheid (in fte, index: 2016 = 100)
Figuur 6: Ontwikkeling werkgelegenheid (in fte, index: 2016 = 100)
Bron: DUO
Ontwikkeling werkgelegenheid

In 2020 werken er circa 181.000 personen in het primair onderwijs. Samen werken zij ruim 128.600 fte. De werkgelegenheid in de sector is de afgelopen jaren gestegen. Zo nam het aantal werkzame personen tussen 2016 en 2020 met 7,5 procent toe en steeg het aantal fte in de sector met 6,4 procent. Ook in Rotterdam nam de werkgelegenheid toe. Tussen 2016 en 2020 steeg de werkgelegenheid met 5,1 procent, tot ruim 5.140 fte.

De ontwikkeling van de werkgelegenheid (in fte) in Nederland heeft zich niet voor alle functies op dezelfde wijze voorgedaan. Er zijn functies waar de werkgelegenheid tussen 2016 en 2020 is toegenomen, zoals het ondersteunend personeel (zo’n 36 procent). Er zijn echter ook functies die in omvang zijn gekrompen, zoals het directiepersoneel (8,6 procent). Ook in Rotterdam zien we verschillen in de ontwikkeling van de werkgelegenheid tussen het directiepersoneel, leraren en het ondersteunend personeel. De werkgelegenheid voor ondersteunend personeel steeg de afgelopen periode fors (44 procent), terwijl het directiepersoneel juist in omvang daalde (8,6 procent).

Ontwikkeling instroom en gediplomeerden pabo

De pabo speelt een belangrijke rol op de onderwijsarbeidsmarkt. Niet alleen de kwaliteit van de opleiding, maar ook het aantal studenten dat de opleiding met een diploma verlaat, is daardoor van groot belang. De afgelopen jaren is het aantal pabogediplomeerden in Nederland vrij stabiel. In 2015 waren er 3.798 gediplomeerden. In 2019 is dit aantal toegenomen tot 3.802 gediplomeerden, een stijging van 0,1 procent. In Rotterdam nam het aantal gediplomeerden in deze periode juist af. In 2015 waren er in totaal 309 gediplomeerden in Rotterdam[2], ten opzichte van 269 gediplomeerden in 2019. Dit komt neer op een daling van bijna 13 procent. Naast gediplomeerden uit Rotterdam kunnen er ook gediplomeerden uit andere regio’s naar Rotterdam komen om te werken als leraar. Ook kunnen gediplomeerden uit Rotterdam in een andere regio gaan werken of kiezen voor een baan in een andere sector.

[2] Dit is gebaseerd op de vestigingsgemeente van de hogeschool. Een hogeschool kan meerdere vestigingen hebben in meerdere gemeenten. Om dit zo gedetailleerd mogelijk in kaart te brengen, wordt gekeken naar de gemeente waar elke vestiging van de hogeschool is gevestigd. Er worden, omwille van de overzichtelijkheid, geen gegevens gepresenteerd van (vestigingen van) hogescholen in andere regio’s.

Figuur 7: Aantal gediplomeerden pabo
Figuur 7: Aantal gediplomeerden pabo
Bron: DUO
Figuur 8: Instroom pabo naar opleidingsvorm
Figuur 8: Instroom pabo naar opleidingsvorm
Bron: DUO

In tegenstelling tot het aantal gediplomeerden is het aantal studenten dat kiest voor de pabo de afgelopen periode juist toegenomen. Tussen 2016 en 2020 is de instroom van studenten in Rotterdam met zo’n 115 procent toegenomen, tot 689 studenten. Dit is een grotere toename dan gemiddeld in Nederland, waar we in deze periode een toename zien van ruim 62 procent.

Figuur 9: Prognose werkgelegenheid leraren (in fte, exclusief seniorenregeling)
Figuur 9: Prognose werkgelegenheid leraren (in fte, exclusief seniorenregeling)
Bron: Mirror, CentERdata
Arbeidsmarktprognoses

Zonder veranderingen in de omstandigheden staat het primair onderwijs in 2025 een extra tekort van ruim 1.430 fte aan leraren te wachten[3]. Dit komt neer op een relatieve extra onvervulde werkgelegenheid van ruim 1,6 procent. Wel verschillen de voorspelde tekorten per regio. De hoogte van de regionale tekorten hangt onder andere samen met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. Ook de leeftijdsopbouw van het lerarenkorps speelt een rol. In Rotterdam zal het extra tekort de komende jaren naar verwachting toenemen, tot 96 fte in 2025.

[3] Omdat onbekend is hoe groot het tekort feitelijk is, is dit in 2019 op 0 fte gesteld. Tekorten die tijdens de ramingsperiode ontstaan, dienen daarom opgeteld te worden bij eventueel in 2019 al bestaande tekorten.

Figuur 10: Prognose onvervulde werkgelegenheid leraren (in fte)
Figuur 10: Prognose onvervulde werkgelegenheid leraren (in fte)
Bron: Mirror, CentERdata
Figuur 11: Prognose instroom en vervangingsvraag leraren (in fte)
Figuur 11: Prognose instroom en vervangingsvraag leraren (in fte)
Bron: Mirror, CentERdata
Meer regionale cijfers?

Ben je op zoek naar aanvullende gegevens over de arbeidsmarkt in jouw regio, bijvoorbeeld over jouw eigen school, schoolbestuur of samenwerkingsverband? Of heb je een andere vraag over regionale arbeidsmarktgegevens? Het Arbeidsmarktplatform PO helpt je graag. Neem contact met ons op of maak gebruik van één van onze instrumenten, zoals het Scenariomodel PO. Via het Scenariomodel PO kun je zelf een berekening maken van de benodigde formatie op jouw school voor de komende jaren. Door deze gegevens te combineren met de leerlingenprognose zie je op tijd of je schoolbestuur of -locatie te maken krijgt met over- of ondercapaciteit.

Selecteer regio

Selecteer hier uw gewenste regio