Baantevredenheid, uitstroom en vertrekredenen

Om leraren voor het primair onderwijs te behouden, is belangrijk dat zij tevreden zijn over hun werk en arbeidsomstandigheden. Op deze pagina lees je actuele onderzoeksinformatie over de baantevredenheid, uitstroom en vertrekredenen van leraren in het primair onderwijs.

 

Maak uw keuze

Tevredenheid met werk en arbeidsomstandigheden

Leraren in het primair onderwijs zijn over het algemeen tevreden met hun arbeidsomstandigheden. Zo’n 77 procent is hier (zeer) tevreden over in 2020. In 2019 was dit nog 67 procent. Over het werk zelf zijn leraren nog tevredener: ruim 84 procent oordeelt hier positief over. In 2019 lag dit percentage nog op 81 procent.

Wanneer we meer in detail naar de werkaspecten kijken, blijkt dat leraren vooral (zeer) tevreden zijn over de inhoud van het werk, de werkzekerheid en het type contract/dienstverband dat zij hebben (Figuur 1). Minder positief zijn zij over de mogelijkheden om zelf hun werktijden te bepalen (57 procent) en de thuiswerkmogelijkheden (zo’n 63 procent).

Op zoek naar een andere baan

Ruim 37 procent van de leraren in het primair onderwijs in 2020 heeft nagedacht over een andere baan bij een andere werkgever. In 2019 was dit nog 44 procent. Zo’n 16 procent heeft daadwerkelijk actie ondernomen om ander werk te vinden. Verder geeft bijna 66 procent van de ondervraagde leraren aan over vijf jaar nog bij de huidige organisatie te willen werken. Hieronder lees je naar welke sectoren deze leraren vertrekken.
Bron: Hooftman, W. & De Vroome, E. (2021). NEA 2020 tabellen specifiek voor de sector primair onderwijs. Leiden: TNO.

Uitstroom

Slechts een klein percentage leraren uit het primair onderwijs stroomt uit naar het voortgezet onderwijs of het middelbaar beroepsonderwijs (Tabel 1). Wel valt de stijging van het aantal nieuwe leraren in het primair onderwijs dat afkomstig is uit het voortgezet onderwijs op. In 2013-2014 ging het om 92 leraren (0,1 procent), in 2017-2018 om 359 leraren (0,3 procent). Door deze stijging is het vertreksaldo naar het voortgezet onderwijs afgenomen van 173 in 2013-2014 tot 18 in 2017-2018.

Uitstroom naar werk buiten onderwijs

Tussen 2015 en 2019 is jaarlijks rond de 6 procent van het totaal aantal leraren in het primair onderwijs uitgestroomd naar een werkgever buiten het onderwijs (Figuur 2). Het percentage leraren dat in het primair onderwijs is blijven werken, is de afgelopen jaren nagenoeg gelijk gebleven (zo’n 93 procent).

In 2017-2018 is in een aantal arbeidsmarktregio’s sprake van een vertrekoverschot van meer dan 2 procent onder leraren (Tabel 2). Dit betekent dat meer leraren de regio verlaten dan er komen werken. Almere heeft van alle regio’s het grootste vertrekoverschot (meer dan 4 procent), maar ook in veel andere grote steden is een groot vertrekoverschot. Midden-Gelderland heeft de grootste vestigingsoverschot (meer dan 2 procent). Dit betekent dat hier meer leraren in het primair onderwijs komen werken dan er vertrekken.

Vertrekredenen

De inhoud van het werk is voor leraren in het primair onderwijs niet alleen de belangrijkste reden om van baan te veranderen, maar ook om voor een nieuwe baan te kiezen (Tabel 3). De helft van de leraren noemt dit als de belangrijkste pushfactor. Ook onvrede over de ontwikkelingsmogelijkheden (ruim 45 procent), de wijze waarop leiding wordt gegeven (ruim 44 procent), de hoeveelheid werk (zo’n 43 procent) en de aandacht van de organisatie voor het persoonlijk welzijn (ruim 41 procent) zijn voor een grote groep leraren belangrijke redenen om van baan te veranderen.

Leraren kiezen ook relatief vaak voor hun nieuwe baan vanwege de mate van zelfstandigheid (zo’n 61 procent) en de samenwerking met collega’s (zo’n 57 procent). In vergelijking met de leraren die in het primair onderwijs blijven werken, kiezen leraren die buiten het primair onderwijs gaan werken vaker voor hun nieuwe baan vanwege de werktijden.

Langer doorwerken op latere leeftijd

Ten slotte verlaten leraren de sector vanwege pensionering. In het licht van het lerarentekort kan aan oudere leraren worden gevraagd om langer door te werken. Gemiddeld willen leraren in de sector tot 64 jaar doorwerken. Lichamelijk en geestelijk verwachten zij echter tot gemiddeld 62,8 jaar het huidige werk voort te kunnen zetten.

Bron: Hooftman, W. & De Vroome, E. (2021). NEA 2020 tabellen specifiek voor de sector primair onderwijs. Leiden: TNO.